ECLI:NL:RBNHO:2020:5994
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij afwijzing uitkering Participatiewet wegens betwisting hoofdverblijf partner
Verzoekster heeft een uitkering op grond van de Participatiewet aangevraagd, welke is afgewezen omdat niet was gebleken dat haar partner zijn hoofdverblijf niet meer had op haar adres. Verzoekster betwist dit en stelt dat de partner is verhuisd en geen gezamenlijke huishouding meer voert. Zij verzoekt om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het spoedeisend belang onderzocht en geoordeeld dat er geen sprake is van een acute financiële noodsituatie. Verzoekster heeft onvoldoende onderbouwd dat haar situatie zodanig urgent is dat het wachten op de beslissing op bezwaar niet verantwoord is. Er is geen bewijs van uitzetting, bedreigende schulden of gebrek aan levensonderhoud.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Tevens is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M.H. Affourtit-Kramer op 6 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een acute financiële noodsituatie.