ECLI:NL:RBNHO:2020:5461
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen objectieve voordeelsverwachting voor visserijactiviteiten v.o.f. in belastingzaken 2014-2015
Eiser is firmant van een v.o.f. die zich bezighoudt met beroepsvisserij, maar heeft in de jaren 2009 tot en met 2018 telkens negatieve resultaten behaald met deze onderneming. Na een boekenonderzoek handhaafde de Belastingdienst de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2014 en 2015, gebaseerd op een belastbaar inkomen uit werk en woning van respectievelijk €36.357 en €36.949.
Eiser stelde dat de activiteiten van de v.o.f. wel degelijk een bron van inkomen vormden, mede gezien de investeringen, de visvergunningen en de tegenslagen zoals een brand in 2015 die de bedrijfsvoering belemmerde. Hij vorderde vermindering van de aanslagen op grond van een objectieve voordeelsverwachting.
De rechtbank oordeelde dat ondanks het subjectieve oogmerk van eiser om voordeel te behalen, het ontbreken van een objectieve voordeelsverwachting doorslaggevend is. De structurele verliezen over een lange periode en de geringe omzet, waarvan een groot deel niet uit visserij afkomstig was, wijzen op het ontbreken van een reële verwachting op voordeel. De aangevoerde tegenslagen zijn onvoldoende om dit te rechtvaardigen.
Daarmee kwalificeren de activiteiten niet als een bron van inkomen in de zin van de wet. Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en de aanslagen blijven gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De beroepen worden ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen voor 2014 en 2015 blijven gehandhaafd.