ECLI:NL:RBNHO:2020:5224
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagloonberekening Ziektewet bij re-integratie en referteperiode
Eiser, werkzaam bij een uitzendbureau sinds april 2018, betwistte de hoogte van zijn vastgestelde dagloon in het kader van de Ziektewet. Verweerder had het dagloon berekend op basis van het sv-loon in de referteperiode van 16 april tot 9 september 2018, verdeeld over 105 dagloondagen.
Eiser stelde dat hij meer uren had gewerkt dan door de werkgever was opgegeven en dat de referteperiode ongunstig was vanwege zijn re-integratie en ziekte. De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de polisadministratie, die gebaseerd is op de loonopgave aan de belastingdienst, en dat eiser het sv-loon niet had betwist.
Daarnaast werd geoordeeld dat het aantal dagloondagen correct was vastgesteld volgens het Dagloonbesluit. De rechtbank verwierp het verzoek om de referteperiode te verkorten, omdat de dienstbetrekking bij de huidige werkgever losstaat van eerdere dienstbetrekkingen en er geen aanwijzingen waren dat het loon lager was door ziekte.
Het beroep tegen het bestreden besluit werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door rechter Everaerts op 17 juli 2020.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit over de hoogte van het Ziektewetdagloon wordt ongegrond verklaard.