ECLI:NL:RBNHO:2020:4916
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WIA-uitkering wegens onjuiste vaststelling beperkingen
Eiseres heeft een WIA-uitkering aangevraagd nadat zij zich toegenomen arbeidsongeschikt had gemeld. Verweerder (UWV) heeft dit geweigerd op grond van het ontbreken van toegenomen beperkingen, zoals vereist in artikel 55 van Pro de Wet WIA. Na een verzekeringsgeneeskundig onderzoek en een deskundigenbericht is vastgesteld dat eiseres op de datum in geding weliswaar meer beperkt is dan eerder aangenomen, met name door medicatiegebruik, maar dat deze beperkingen niet leiden tot een toename in de zin van de wet.
De rechtbank heeft de rapportages van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige beoordeeld en geoordeeld dat de beperkingen op item 1.9.9 van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) terecht zijn toegevoegd. De arbeidsdeskundige heeft echter overtuigend gemotiveerd dat deze beperkingen niet leiden tot ongeschiktheid voor de eigen functie van eiseres.
Daarmee is geen sprake van toegenomen beperkingen die recht geven op een WIA-uitkering. De rechtbank verklaart het beroep gegrond wegens een gebrek in de motivering van het bestreden besluit, vernietigt dit besluit maar laat de rechtsgevolgen ervan in stand. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onjuiste vaststelling van beperkingen, maar zonder toekenning van een WIA-uitkering.