ECLI:NL:RBNHO:2020:4412
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep op gelijkheidsbeginsel bij kwalificatie looninkomsten als winst uit onderneming
Eiseres, een actrice met een eenmanszaak ingeschreven sinds 2019, betwistte de aanslag inkomstenbelasting 2014 waarbij haar inkomsten deels als loon en deels als winst uit onderneming waren gekwalificeerd. Zij voerde aan dat het gelijkheidsbeginsel vereist dat alle inkomsten als winst uit onderneming worden aangemerkt, omdat in vergelijkbare gevallen dit ook zo was gebeurd.
De rechtbank onderzocht het beroep op het gelijkheidsbeginsel en de zogenoemde meerderheidsregel, waarbij eiseres stelde dat in de meerderheid van vergelijkbare gevallen een juiste wetstoepassing achterwege was gebleven. Zij overlegde stukken van tien andere belastingplichtigen die volgens haar als vergelijkbaar golden.
De rechtbank volgde het oordeel van het gerechtshof Amsterdam dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de andere gevallen feitelijk en rechtens vergelijkbaar waren en dat looninkomsten onterecht als winst waren aangemerkt. De overgelegde bewijsstukken waren te globaal en boden geen concrete gegevens over de contractuele afspraken of toepassing van het absorptiecriterium.
Ook de stelling van begunstigend beleid werd niet aannemelijk geacht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 30 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres op het gelijkheidsbeginsel wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting blijft gehandhaafd.