ECLI:NL:RBNHO:2020:2810
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens totstandkoming vaststellingsovereenkomst loonheffingen
Eiser maakte bezwaar tegen de inhouding van loonheffingen op uitbetaalde dwangsommen over de jaren 2012 en 2015. Verweerder stuurde een vaststellingsovereenkomst die door de gemachtigde van eiser werd aangepast en ondertekend teruggestuurd, waarop verweerder niet reageerde. Na een arrest van de Hoge Raad verklaarde verweerder de bezwaren gegrond en kende een forfaitaire kostenvergoeding toe.
De rechtbank oordeelt dat door het uitblijven van reactie van verweerder op de aangepaste vaststellingsovereenkomst, deze overeenkomst tot stand is gekomen. In de overeenkomst deed eiser zonder voorbehoud afstand van het recht op beroep. Hierdoor is het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank gaat niet in op het tweede geschilpunt over de hoogte van de kostenvergoeding. Eventuele contractbreuk door verweerder moet via de civiele rechter worden afgedwongen, niet via de bestuursrechter. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst waarbij eiser afstand deed van het recht op beroep.