Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 maart 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser,
het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
€ 110,-, in mei € 115,-, in juni € 150,-, in juli € 690,- en in augustus € 740,-. Eiser heeft verklaard dat hij zijn ex-zwager heeft geholpen bij het klussen en dat de bijschrijvingen vergoeding van door eiser voorgeschoten bedragen betroffen. De € 630,- met vermelding ‘kadootje’ heeft eiser besteed aan een motorpak.
€ 20,-. Eisers verklaring dat het om terugbetaling van voorgeschoten bedragen gaat is volgens verweerder niet te verifiëren. De kosten voor het motorpak zijn voorts niet noodzakelijk in de zin van de PW. Vermeld is dat de stortingen ook gevolgen hebben voor de uitkering over de voorliggende bijstandsperiode. Hierover ontvangt eiser apart bericht. Tegen dit besluit heeft eiser geen rechtsmiddelen aangewend.
Er zijn volgens eiser dringende redenen op grond waarvan verweerder van terugvordering dient af te zien. Hij zit in een benarde financiële positie. Als de terugvordering in stand blijft zit eiser een maand zonder geld, terwijl zijn vaste lasten doorlopen. Dit levert stress op, wat niet bevorderlijk is voor zijn gezondheid. Zijn zicht op uitstroom uit de bijstand is vanwege een motorongeluk in maart 2019 verloren gegaan. Hij werkt negen uur per week en wordt niet aangevuld tot het minimumloon. Zijn uitgaven zijn hoger dan zijn inkomsten. Hij heeft ook nog andere vorderingen bij verweerder waartegen een bezwaarprocedure loopt.
Hij verzoekt om kwijtschelding van de terugvordering.
Beslissing
- bepaalt dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ter hoogte van € 47,- aan hem vergoedt