Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 28 februari 2020 in de zaak tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
mr. J.B. Wieken.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een transportonderneming, maakte bezwaar tegen de door de Belastingdienst opgelegde aanslag vennootschapsbelasting 2015 en de verliesverrekeningsbeschikking. De kern van het geschil betrof de toepassing van de aftrekbeperking op kosten voor representatie, voedsel, drank en genotmiddelen, waaronder daggeldvergoedingen aan chauffeurs volgens de cao voor de transportbranche.
Eiseres stelde dat de aftrekbeperking van 0,4% van de loonsom niet van toepassing was op de daggeldvergoedingen, omdat deze sinds 2010 tot het belastbare loon behoren en volgens de parlementaire geschiedenis belastbaar loon niet onder de aftrekbeperking valt. De rechtbank oordeelde echter dat de daggeldvergoedingen wel degelijk onder de aftrekbeperking vallen, omdat zij kosten vergoeden die onder de wetstekst vallen en de gerichte vrijstelling van loonheffing niet uitsluit dat de kosten in de winstberekening beperkt aftrekbaar zijn.
De rechtbank verwees naar de parlementaire toelichting waarin is aangegeven dat de aftrekbeperking is bedoeld om een rem te zetten op het omzetten van belastbaar loon in onbelaste vergoedingen en dat kosten die belastingvrij worden vergoed in de winstsfeer beperkt aftrekbaar zijn. De conclusie was dat het beroep ongegrond is en dat de aanslag en verliesverrekeningsbeschikking gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de aftrekbeperking van daggeldvergoedingen wordt ongegrond verklaard.