Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 5 maart 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser,
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
“In aanvulling op mijn bezwaarschrift wil ik nog een reden toevoegen voor ons standpunt dat de aanslag moet worden verminderd tot nihil. Deze reden betreft het feit dat de feitelijke leiding van [ [A] ] (te weten de heer [X] ) zich niet in Nederland bevindt.”
Eiser heeft na enige correspondentie uiteindelijk te kennen gegeven dat hij afziet van het recht te worden gehoord.
Uit het bepaalde onder a en b van dit artikellid volgt dat een rechtspersoon als [A] als persoon in voormelde zin moet worden aangemerkt.