Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 8 december 2020 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
Procesverloop
(HR adviseur).
Rechtbank Noord-Holland
Eiser is sinds 2002 werkzaam bij de gemeente Heemskerk en bekleedde de functie van adviseur in een specifieke bovenformatieve functie. Na reorganisaties en ziekte is zijn functie feitelijk inhoudsloos geworden doordat de taken zijn overgeheveld naar andere functies en medewerkers. Verweerder heeft daarop besloten de functie op te heffen en eiser boventallig te verklaren.
Eiser voerde aan dat zijn werkzaamheden niet waren vervallen en dat er passende alternatieve werkzaamheden waren, maar de rechtbank oordeelde dat het samenstel van feitelijke werkzaamheden niet meer bestond en dat verweerder een ruime vrijheid heeft bij de inrichting van de organisatie. De afwijzing van eisers sollicitaties en het feit dat taken aan anderen zijn toegewezen ondersteunen dit oordeel.
De rechtbank stelde vast dat het bestuursrechtelijke toetsingskader voor opheffing van een functie verschilt van het civielrechtelijke kader voor ontslag en dat verweerder zich voldoende heeft ingespannen om eiser te begeleiden via een Van-Werk-Naar-Werk-traject. Het beroep is daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het besluit tot opheffing van zijn functie wordt ongegrond verklaard.