Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte, ter terechtzitting van 26 november 2020 afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte van 17 juni 2020, inhoudende de verklaring van [aangever] (dossierpagina’s 23-26);
- het proces-verbaal van verhoor van aangever [aangever] van 17 juni 2020, inhoudende de verklaring van [aangever] (dossierpagina’s 28-33);
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen van 14 juli 2020, inhoudende de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (dossierpagina’s 152-158 en 161-162, 165);
- de Letselrapportage Forensische Geneeskunde van [naam arts] , forensisch arts KNMG, bij GGD Hollands Noorden d.d. 17 juni 2020, zijnde een deskundigenverslag als bedoeld in artikel 344, eerste lid, aanhef, onder 4°, van het Wetboek van Strafvordering.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
tweehonderd en veertig(
240) dagenjeugddetentie.
honderd en vierenvijftig (154)dagen
nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van twee jaren.
zesentachtig (86) dagen, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
soortgelijke instelling;
- geen drugs gebruikt en meewerkt aan behandeling gericht op zijn drugsgebruik;
- gedurende de proeftijd op geen enkele wijze – direct of indirect – contact opneemt, zoekt of heeft met de medeverdachten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] , tenzij de jeugdreclassering anders oordeelt.
dadelijk uitvoerbaarzijn.