Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
bijlage Iaan dit vonnis gehecht en maakt daarvan deel uit.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
bijlage IIbij dit vonnis zijn vervat.
Op 9 mei 2017 is [verdachte] ’s ochtends aanwezig op het beveiligde gebied van de luchthaven Schiphol, terwijl hij op dat moment nog geen dienst heeft. [medeverdachte 2] is die ochtend voor korte duur aanwezig op het beveiligde gebied, terwijl hij die dag geen dienst heeft. Om 8.23 uur belt [medeverdachte 2] met de telefoon van [verdachte] naar [medeverdachte 1] . [medeverdachte 2] zegt dat ze ‘hem’ gelijk hebben weggebracht, dat ‘hij straks weggaat, om 14.20’ en dat hij ( [medeverdachte 2] ) hier om kwart voor één is. Volgens de planning zou het vliegtuig PH-BFB op 9 mei 2017 om 14.17 uur vanaf Schiphol vertrekken naar Suriname. [medeverdachte 1] loopt tussen 12.20 uur en 12.58 uur de parkeerplaats P28 bij Schiphol op en knipt met een voorwerp gelijkend op een tang een deel van het hek open. Om 12.56 uur belt [medeverdachte 2] met de telefoon van [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt hem dat hij beter kan gaan want ‘beetje teveel ogen hier’. [medeverdachte 1] vraagt: ‘wanneer nu dan?’ [medeverdachte 2] zegt: ‘donderdag’. [medeverdachte 2] is op dat moment, te weten tussen 12.40 uur en 13.01 uur, op het beveiligde gebied van Schiphol, terwijl hij geen dienst had.
In de ochtend van donderdag 11 mei 2017 brengt [verdachte] [medeverdachte 2] naar het vliegtuig PH-BFB. [medeverdachte 2] gaat het vliegtuig binnen en komt onverrichterzake terug. Om 8.38 uur belt [medeverdachte 2] met de telefoon van [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt hij dat er niets in zat.
Op 4 juni 2017 is het vliegtuig PH-BFL, dat geparkeerd stond in een hangar op Schiphol, doorzocht en zijn in het achterste vrachtruim achter een plafondplaat twee sporttassen met daarin pakketten cocaïne aangetroffen. De cocaïne had een netto gewicht van 14989,6 gram.
belt op 15 juni 2017 met [medeverdachte 1] en zegt tegen [medeverdachte 1] dat die Marokkaan toevallig appte, met die ‘BL’. [verdachte] vraagt wanneer [medeverdachte 1] het wil doen en [medeverdachte 1] zegt dat het zaterdag of zondag kan.
bijlage IIbij deze uitspraak zijn opgenomen, dan wel in de bewijsmotivering of kan niet worden gezien als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat respons behoeft.
‘s Avonds belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] en vraagt hem of hij die bus gehuurd heeft. [medeverdachte 1] denkt dat het om twee ‘auto’s’ gaat. Met ‘auto’s’ worden AKE bagagecontainers bedoeld. Later die avond belt [medeverdachte 1] opnieuw met [medeverdachte 4] en zegt hij dat ze niet die worstjes doen, maar staafjes, ze doen het in de middelste balk. [medeverdachte 4] zegt tegen [medeverdachte 1] dat hij maar met de prijs moet kijken wat ‘we’ kunnen doen.
Even later belt [medeverdachte 1] naar [medeverdachte 4] en vraagt hem of hij om kwart over 8 bij McDonald’s kan komen.
Op 13 juni 2017 haalt [medeverdachte 4] [medeverdachte 6] op in een Mini Cooper. Onderweg stapt [medeverdachte 6] over in een bestelbus van [autoverhuurbedrijf]. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] rijden in hun voertuigen naar de Mc Donalds in Hoofddorp. Daar hebben zij om ongeveer 8.20 uur een ontmoeting met [medeverdachte 1] .
bijlage IIbij deze uitspraak zijn opgenomen, of kan niet worden gezien als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat respons behoeft.
In de ochtend van 28 juli 2017 is [verdachte] aanwezig op het beveiligde gebied van de luchthaven Schiphol, terwijl hij die dag geen dienst heeft. Om 07.43 uur belt [verdachte] naar [medeverdachte 5] en vraagt hij hem om het eventjes in de gaten te houden; hij kan er beter bij blijven.
Diezelfde ochtend controleren medewerkers van de Douane de AKE’s van vlucht KL714, afkomstig uit Suriname. In de profielen van twee AKE’s, met nummers die corresponderen met de nummers die [verdachte] aan [medeverdachte 5] heeft doorgegeven, worden acht cilindervormige voorwerpen aangetroffen. Van één AKE ontbreekt een afsluitdop. Voorts worden in het achterste vrachtruim van het vliegtuig nog zeven staafvormige voorwerpen gevonden. In de vijftien staafvormige voorwerpen zat cocaïne met een nettogewicht van totaal 1.451,4 gram.
Tijdens het lossen van vlucht KL714 is [medeverdachte 5] in de bagagekelder aanwezig om de lege AKE’s op te halen. Om 08.50 uur laat [medeverdachte 5] aan [verdachte] weten dat hij naar buiten moet komen, omdat het niet goed gaat. Een uur later belt [medeverdachte 1] naar [naam 2] en zegt dat het niet goed is gegaan en dat het lijkt alsof ze het al wisten.
bijlage IIbij deze uitspraak zijn opgenomen, dan wel in de bewijsmotivering of kan niet worden gezien als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat respons behoeft.
Op 2 november 2017 belt [medeverdachte 1] met [verdachte] . [verdachte] zegt dat hij “vijf” krijgt en [medeverdachte 1] twee van hem. [verdachte] zegt dat hij het vanmiddag gaat ophalen. Die middag heeft [verdachte] een ontmoeting met [medeverdachte 7] en geeft [medeverdachte 7] aan [verdachte] het geld voor de vrachtauto. Om 16.33 uur belt [medeverdachte 1] met [verdachte] , die zegt dat hij tweeënveertig en half heeft gehad en dat hij vanavond nog die zevenhonderdvijftig restant moet krijgen. [verdachte] zegt dat hij vanavond het plaatnummer doorkrijgt. Even later belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt dat “hij” ergens tussen tien en twaalf bij hem, [verdachte] , komt om een telefoon te brengen en zevenvijftig. [verdachte] zegt ook dat het van Bogo komt. Vervolgens belt [verdachte] naar [medeverdachte 1] en zegt hij: “gaat niet door…de kist zit vol”. Op 3 november 2017 is vlucht KL749 afkomstig uit Bogota om 10.56 uur geland op de luchthaven Schiphol.
bijlage IIbij deze uitspraak zijn opgenomen, dan wel in de bewijsmotivering of kan niet worden gezien als een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt dat respons behoeft.
bijlage IIen op hetgeen hiervoor is overwogen, acht de rechtbank bewezen dat [verdachte] heeft deelgenomen aan een criminele organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 2 onder Pro A en artikel 10a, eerste lid van de Opiumwet.
bijlage IIIis weergegeven.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
8.Vermogensmaatregel
9. Overige beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
50 [vijftig] maanden.