ECLI:NL:RBNHO:2019:995
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek provisionele voorziening wijziging alimentatie wegens onvoldoende spoedeisend belang
Partijen zijn gehuwd geweest en hebben twee minderjarige kinderen samen, met gezamenlijke gezag en hoofdverblijfplaats bij de vrouw. De man verzoekt een voorlopige voorziening om de alimentatiebetalingen aan vrouw en kinderen te schorsen of te verlagen, onder meer vanwege een vermeende inkomensdaling en aflossing van huwelijkse schulden.
De vrouw voert verweer dat partijen recent afspraken hebben gemaakt over de alimentatie, waarbij bewust is afgeweken van wettelijke maatstaven en dat de man bekend was met de schuldenlast. Zij betwist ook de financiële noodsituatie van de man en de onderbouwing van zijn inkomensdaling.
De rechtbank onderzoekt het spoedeisend belang en de onderbouwing van de gewijzigde omstandigheden. De man heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zijn winst uit onderneming substantieel is gedaald, noch dat hij door schulden of gezondheidsproblemen in een noodsituatie verkeert. De omzetcijfers 2018 wijken niet substantieel af van voorgaande jaren en de schuldenlast is bekend en meegenomen in de afspraken.
Daarom ontbreekt het aan een voldoende spoedeisend belang en wijst de rechtbank het verzoek tot voorlopige voorziening af. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open binnen drie maanden.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een provisionele voorziening tot schorsing of verlaging van de alimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.