Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 6 december 2019 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Geschil8. De eerste vraag die partijen verdeeld houdt is of verweerder terecht het verzoek tot vorming van een fiscale eenheid tussen eiseres en [A] per 1 januari 2015 heeft geweigerd. Indien die vraag bevestigend beantwoord moet worden, verschillen partijen ook van inzicht over het antwoord op de vraag of verweerder de vorming van een fiscale eenheid per 5 juli 2016 had moeten toestaan, hetzij naar aanleiding van het verzoek van 31 maart 2015, hetzij naar aanleiding van dat van 16 mei 2018.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar en de beschikking van 29 juni 2015;
- verstaat dat verweerder een nieuwe beschikking als bedoeld in artikel 15, achtste lid, van de Wet Vpb 1969 zal nemen;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.024; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.