ECLI:NL:RBNHO:2019:9826

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
16 september 2019
Publicatiedatum
29 november 2019
Zaaknummer
HAA 19/1633 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Verzet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen beslissing over beslistermijn bij bezwaar gemeente Haarlem ongegrond verklaard

Opposante heeft bezwaar gemaakt tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem. De rechtbank heeft in eerste instantie het beroep gegrond verklaard en de heffingsambtenaar opgedragen binnen vier weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.

De heffingsambtenaar heeft vervolgens alsnog binnen deze termijn beslist, waarna opposante verzet instelde tegen de langere beslistermijn van vier weken, stellende dat de termijn twee weken had moeten zijn. Opposante verzocht om een zitting, die op 30 augustus 2019 plaatsvond.

De rechtbank overweegt dat zij terecht gebruik heeft gemaakt van de wettelijke mogelijkheid om een langere beslistermijn dan twee weken te stellen en dat deze termijn inmiddels ruimschoots was verstreken. De argumenten van opposante bieden geen aanleiding tot een ander oordeel. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en de eerdere buiten-zittinguitspraak blijft in stand.

Uitkomst: Het verzet van opposante tegen de langere beslistermijn wordt ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 19/1633 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 september 2019 op het verzet van

[opposante] , te [woonplaats] , opposante

(gemachtigde: mr. M.M. Vrolijk).

Procesverloop

Opposante heeft beroep ingesteld in verband met het niet tijdig nemen van een besluit door de heffingsambtenaar van de gemeente Haarlem (hierna: de heffingsambtenaar) op haar bezwaar van 11 april 2018.
Bij besluit van 13 mei 2019 heeft de heffingsambtenaar aan opposante een dwangsom toegekend van € 1.442.
Bij uitspraak van 27 mei 2019 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard en de heffingsambtenaar opgedragen alsnog een besluit te nemen binnen vier weken na de dag van verzending van de uitspraak op straffe van verbeurte van een dwangsom.
Bij uitspraak van 21 juni 2019 heeft de heffingsambtenaar alsnog op het bezwaar van opposante beslist.
Opposante heeft tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 mei 2019 verzet ingesteld.
Opposante heeft verzocht om op een zitting te worden gehoord. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 augustus 2019. Opposante heeft zich laten vertegenwoordigen door haar gemachtigde.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk gegrond geacht en de heffingsambtenaar opgedragen – op straffe van verbeurte van een dwangsom – alsnog een besluit op bezwaar te nemen binnen vier weken na de dag van verzending van deze uitspraak.
2. Opposante voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat er voor de rechtbank geen aanleiding was gebruik te maken van haar bevoegdheid een andere termijn dan twee weken te stellen. Er is hier geen sprake van bijzondere omstandigheden. De heffingsambtenaar heeft voldoende tijd gehad om een hoorzitting te plannen. Nu de uitspraak van de rechtbank op 27 mei 2019 is verzonden en de heffingsambtenaar op 21 juni 2019 alsnog op het beroep heeft beslist, zou de heffingsambtenaar een dwangsom verschuldigd zijn geweest indien uitgegaan zou worden van een termijn van twee weken. Opposante verzoekt de rechtbank het verzet gegrond te verklaren en de beslistermijn alsnog te bepalen op twee weken.
3. De rechtbank overweegt als volgt. De rechtbank heeft gebruik gemaakt van de in artikel 8:55d van de Awb vervatte mogelijkheid om een langere beslistermijn dan twee weken te stellen. De door de rechtbank bepaalde termijn is inmiddels, en was dat overigens ook al ten tijde van het instellen van het verzet, ruimschoots verstreken. In wat opposante heeft aangevoerd, ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding anders te oordelen dan in de uitspraak van 27 mei 2019. Het verzet is ongegrond. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak in stand blijft.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.K.A. Efstratiades, rechter, in aanwezigheid van
A.C. Karels, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan beroep in cassatie worden ingesteld bij de Hoge Raad der Nederlanden.