Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
- het beroepschrift van 19 maart 2019, met producties van mr. P. Wieringa
- producties 7 tot en met 9 bij brief van 6 mei 2019 van mr. P. Wieringa
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Appellanten zijn toegelaten tot de wettelijke schuldsaneringsregeling. De bewindvoerder verzocht om het bijzonder partnerpensioen van appellant1, dat zij ontving na het overlijden van haar ex-echtgenoot, eenmalig af te kopen ten behoeve van de boedel. De rechter-commissaris stond dit toe, maar appellanten gingen in hoger beroep.
De rechtbank beoordeelde of het bijzonder partnerpensioen een hoogstpersoonlijk recht is en of afkoop onredelijke benadeling oplevert. De rechtbank oordeelde dat het pensioen geen hoogstpersoonlijk recht is omdat appellant1 geen deelnemer was in de pensioenregeling van haar ex-echtgenoot. Wel is afkoop mogelijk tenzij onredelijke benadeling ontstaat.
Gezien de chronische ziekte en arbeidsongeschiktheid van appellant1, het verzorgingskarakter van het pensioen en het feit dat het gezamenlijke inkomen onder het vrij te laten bedrag ligt, concludeerde de rechtbank dat afkoop tot onredelijke benadeling leidt. Daarom werd de beschikking van de rechter-commissaris vernietigd en bepaald dat het pensioen maandelijks moet worden uitgekeerd.
Uitkomst: De beschikking van de rechter-commissaris wordt vernietigd en het bijzonder partnerpensioen moet maandelijks worden uitgekeerd.