ECLI:NL:RBNHO:2019:4527
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoedingsverzoek na voorwaardelijk sepot mishandeling zoon
Verzoeker diende een schadevergoedingsverzoek in voor de kosten van rechtsbijstand in een strafzaak waarin hij werd verdacht van mishandeling van zijn zoon. De strafzaak werd voorwaardelijk geseponeerd onder een proeftijd van één jaar.
De rechtbank beoordeelde of het billijk was om de kosten van de raadsvrouw aan de Staat toe te rekenen. De officier van justitie stelde dat verzoeker de escalatie had veroorzaakt door zijn zoon met de auto klem te zetten en hem te dwingen te spreken.
De rechtbank concludeerde dat verzoeker de vervolging aan zichzelf te wijten had en dat de kosten daarom niet voor vergoeding door de Staat in aanmerking kwamen. De raadsvrouw had wel kundig en bemiddelend opgetreden, wat mogelijk verdere vervolging heeft voorkomen.
De afwijzing van het verzoek is gebaseerd op het criterium dat kosten van rechtsbijstand niet billijk zijn te verhalen als de verdachte zelf de situatie heeft veroorzaakt, zoals bevestigd in een arrest van de Hoge Raad uit 2013.
De beschikking werd op 27 mei 2019 uitgesproken door rechter L.J. Saarloos.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten wordt afgewezen omdat verzoeker de vervolging aan zichzelf te wijten heeft.