Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.InleidingOp 13 februari 2017 werd [medeverdachte 1] op de luchthaven Schiphol aangehouden met een contant geldbedrag van € 200.000,- in zijn ruimbagage. Het geld zat verstopt in de pijpen van drie spijkerbroeken. [medeverdachte 1] was van plan om vanaf Schiphol uit te reizen naar Sao Paulo (Brazilië). Gelet hierop is een strafrechtelijke onderzoek gestart onder de naam KING.
4.Bewijs
de rechtbank begrijpt: de iPhone 5s), alsmede met het nummer, dat hoort bij de op het woonadres van [verdachte] aangetroffen BlackBerry, op dezelfde locaties bevindt, soms ook voor langere duur. Daarnaast stralen het nummer van de BB1 en het nummer dat aan [medeverdachte 1] wordt toegeschreven op meerdere data dezelfde zendmasten aan. Op 28 januari 2017 verplaatst de BB1 zich samen met de telefoon van [medeverdachte 1] richting de Belgische grens. [verdachte] heeft verklaard dat hij die dag met [medeverdachte 1] naar Antwerpen is gereden. Uit informatie van de Belgische autoriteiten blijkt dat de BB1 op 28 januari 2017 om 19.22 uur een zendmast op de Groenplaats 45 te Antwerpen aanstraalt. Uit de rekeningafschriften van [verdachte] blijkt dat hij die dag om 19.31 uur € 8,- betaalt met zijn bankpas bij Q park Antwerpen Centrum. Deze locaties liggen op 140 meter afstand van elkaar. Bovendien is opvallend dat de BB1 op 13 februari 2017, de dag van de aanhouding van [medeverdachte 1] , de zendmast op Schiphol aanstraalt. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat genoegzaam is komen vast te staan dat [verdachte] de gebruiker was van de BB1.
Eerdere geldtransporten
twee keereerder geld heeft vervoerd voor [verdachte] . De rechtbank is van oordeel dat het dossier verder onvoldoende aanknopingspunten biedt voor de stelling dat sprake is geweest van méér dan die twee geldreizen. Het enkele feit dat [medeverdachte 1] vaker naar Brazilië is gereisd is daartoe onvoldoende.
De in de berging aangetroffen goederen
Invoer SUDU 2015 (feit 3)
Invoer SUDU 2017 (feit 2)
DOC-012, dossierpagina 2281) in het paspoort is te zien, terwijl de persoon op de foto niet de naam heeft die in het paspoort staat vermeld.
1) de verdachte behoort tot het samenwerkingsverband en
2) de verdachte heeft een aandeel in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in die artikelen bedoelde oogmerk.
5.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de sanctie
8.Beslissingen omtrent in beslag genomen en niet teruggegeven voorwerpen
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
10.Beslissing
acht (8) jaren en zes (6) maanden.
16 mei 2019.