Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 29 maart 2019 in de zaak tussen
Egyptische Grillbar [eiser 1] VOF,te [plaats 1] ,
Steakhouse [eiser 2] VOF, te [plaats 2] ,
Rechtbank Noord-Holland
De burgemeester van Den Helder trok op 7 december 2016 de exploitatievergunningen van horecabedrijven Egyptische Grillbar en Steakhouse in wegens vermeende overtredingen van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Eisers maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank stelde vast dat Steakhouse niet als zelfstandige entiteit bestaat en verklaarde het beroep niet-ontvankelijk.
De kern van het geschil betrof de vraag of de exploitant de Wav had overtreden door personen zonder geldige tewerkstellingsvergunning te laten werken. Hoewel tijdens een controle op 13 mei 2016 personen zonder vergunning werden aangetroffen, had de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid later besloten geen boete op te leggen omdat geen vergunning vereist was. De rechtbank oordeelde dat dit besluit bindend is en dat er geen overtreding was.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en herroept de primaire besluiten tot intrekking van de vergunningen. Tevens veroordeelde zij de gemeente tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. Het beroep van Egyptische Grillbar werd gegrond verklaard, terwijl het beroep van Steakhouse niet-ontvankelijk werd verklaard.
Uitkomst: Het beroep van Egyptische Grillbar wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de primaire besluiten herroepen.