Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 februari 2019 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
€ 1.224 -/-
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, werkzaam als actrice, had in 2013 inkomsten uit verschillende bronnen, waaronder loon uit dienstbetrekking bij Stichting [A] en [C] en resultaat uit overige werkzaamheden. De Belastingdienst kwalificeerde een deel van deze inkomsten als loon en een deel als resultaat uit overige werkzaamheden, wat eiseres betwistte en stelde dat deze inkomsten als winst uit onderneming moesten worden aangemerkt.
De rechtbank onderzocht de aard van de arbeidsrelaties aan de hand van de arbeidsovereenkomsten en oordeelde dat er sprake was van een dienstbetrekking met loon, arbeid en gezag. De werkzaamheden in loondienst waren niet van ondergeschikte betekenis ten opzichte van de ondernemingsactiviteiten, waardoor absorptie van loon in de winst niet mogelijk was.
Eiseres voerde tevens een beroep op het gelijkheidsbeginsel en stelde dat de Belastingdienst in vergelijkbare gevallen anders had geoordeeld. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van vergelijkbare gevallen en begunstigend beleid, en verwierp dit beroep.
Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de aanslagen inkomstenbelasting en zorgverzekeringswet werden gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.