ECLI:NL:RBNHO:2019:1865
Rechtbank Noord-Holland
- Op tegenspraak
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Echtscheiding met pensioenverweer en woninggebruik bij huwelijkse voorwaarden
De rechtbank Noord-Holland heeft op 21 februari 2018 uitspraak gedaan in een echtscheidingszaak tussen een man en een vrouw, gehuwd onder huwelijkse voorwaarden zonder gemeenschap van goederen. De man verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting, hetgeen door de vrouw niet werd betwist. De vrouw voerde een pensioenverweer aan op grond van artikel 1:153 lid 1 BW Pro, stellende dat zij mogelijk rechten op nabestaandenpensioen zou verliezen, maar dit verweer werd afgewezen omdat het pensioenverweer slechts ziet op nabestaandenpensioen en niet op ouderdomspensioen of vermogen.
De vrouw verzocht tevens om het recht om levenslang of voor een langere termijn om niet in de echtelijke woning te blijven wonen, terwijl de man eigenaar is en de woning wil verkopen. De rechtbank wees het verzoek af voor een langere termijn, maar kende de vrouw het recht toe om zes maanden na inschrijving van de echtscheiding in de registers in de woning te blijven wonen. De vrouw vroeg ook partneralimentatie, maar de rechtbank stelde de beslissing hierover uit omdat de financiële gegevens en pensioenverevening onvoldoende duidelijk waren.
Verder behandelde de rechtbank de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden, waarbij de vrouw aanspraak maakte op vergoedingsrechten voor investeringen in de woning van de man. De rechtbank stelde dat dergelijke vergoedingsrechten kunnen ontstaan bij investeringen van privévermogen in het goed van de ander. De behandeling van deze verzoeken werd eveneens uitgesteld tot een nader te bepalen zitting, waarbij partijen werden opgedragen hun financiële onderbouwing tijdig aan te leveren.
De echtscheiding werd uitgesproken en de vrouw kreeg het recht om zes maanden in de woning te blijven. De overige kwesties, zoals partnerbijdrage en vergoedingsrechten, worden op een later moment behandeld.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, pensioenverweer afgewezen, vrouw mag zes maanden in woning blijven, overige verzoeken worden later behandeld.