Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 21 februari 2019 in de zaak tussen
1. Werkgroep Natuurgebied Fortuin,
2. [eiser 2] ,
3. [eiser 3] ,
4. [eiser 4] ,
5. [eiser 5] ,
6. [eiser 6] ,
7. [eiser 7] ,
8. [eiser 8] ,
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder.
Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: de gemeente Zaanstad.
Procesverloop
Overwegingen
- in de eerste plaats voor zover verweerder ten onrechte eisers sub 1 tot en met 9 ontvankelijk heeft geacht in bezwaar. Zoals hiervoor onder 2.4 en 3.3 is overwogen zal de rechtbank op dit punt de zaak zelf finaal afdoen door te doen wat verweerder eigenlijk had moeten doen, namelijk het bezwaar van eisers sub 1 tot en met 9 niet-ontvankelijk te verklaren, en daarbij te bepalen dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde deel van het bestreden besluit. Verweerder hoeft op dit punt dus geen nieuw besluit te nemen.
- in de tweede plaats voor zover het bestreden besluit is gebaseerd op het advies van Groot Eco Advies met betrekking tot de noordse woelmuis en de verblijfplaatsen van vleermuizen in de holten en scheuren in de bomen in het plangebied. Zoals hiervoor onder 8.3 en 13.5 is overwogen zal de rechtbank ook op dit punt de zaak zelf finaal afdoen door te bepalen dat de rechtsgevolgen van deze vernietigde delen van het bestreden besluit in stand blijven. Dat betekent dat het bestreden besluit zijn werking behoudt, ondanks de gedeeltelijke vernietiging. Ook op dit punt hoeft verweerder dus geen nieuw besluit te nemen.