ECLI:NL:RBNHO:2019:1012
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen naheffingsaanslagen pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding
Eiseres, een vennootschap, kreeg naheffingsaanslagen loonheffingen opgelegd vanwege een pseudo-eindheffing in verband met een excessieve vertrekvergoeding aan een voormalige werknemer die deelnam aan het STI- en LTI-plan van de vennootschap. De vraag was of de toegekende rechten onder deze plannen kwalificeerden als aandelenoptierechten in de zin van artikel 32bb, zesde lid, Wet LB 1964, en of de heffing in strijd was met het Eerste Protocol bij het EVRM en de artikelen 26 IVBPR en 14 EVRM.
De rechtbank oordeelde dat er geen sprake was van aandelenoptierechten maar van een recht op levering van aandelen, waardoor de pseudo-eindheffing terecht werd opgelegd. Tevens werd geoordeeld dat de regeling niet in strijd is met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel omdat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en de regeling een legitiem doel dient. De rechtbank verwierp het verweer dat de regeling willekeurig en disproportioneel zou zijn.
De beroepen van eiseres werden ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 30 januari 2019.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de naheffingsaanslagen loonheffingen wegens pseudo-eindheffing excessieve vertrekvergoeding worden ongegrond verklaard.