FNV vordert dat Transavia wordt veroordeeld om FNV als gespreks- en onderhandelingspartner toe te laten tot het cao-overleg voor cabinepersoneel. FNV stelt dat zij inmiddels 133 leden bij Transavia vertegenwoordigt en dat zij als landelijke bond een groot belang heeft bij toelating. Transavia en VNC betwisten het ledenaantal van FNV en voeren aan dat FNV niet representatiever is dan VNC, die een veel groter ledenaantal heeft.
De kantonrechter stelt vast dat het door FNV overgelegde assurance rapport gebreken vertoont en dat niet met zekerheid kan worden vastgesteld dat FNV 133 leden vertegenwoordigt. Zelfs als dat aantal juist is, is het aandeel van FNV in het cabinepersoneel van Transavia met circa 11% substantieel lager dan dat van VNC (48-57%). De kantonrechter acht dit onvoldoende om FNV als representatief te beschouwen.
FNV voert aan dat zij door haar inzet voor seizoenmedewerkers en haar ervaring toch representatief zou moeten zijn, maar deze omstandigheden compenseren volgens de rechter het gebrek aan getalsmatige representativiteit niet. De vordering wordt daarom afgewezen en FNV wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het vonnis is gewezen door kantonrechter W. Aardenburg.