Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 juli 2018 in de zaak tussen
Stichting Flora & Faunabescherming, te Amsterdam, eiseres
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder
GEM Bloemendalerpolder C.V., te Haarlem (gemachtigde: mr. J.C. Ellerman).
Procesverloop
Overwegingen
- artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb voor zover het betreft het vangen van de heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren;
- artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb voor zover het betreft het doden van de platte schijfhoren;
- artikel 3.5, tweede lid, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van de buizerd, havik, ransuil, heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren;
- artikel 3.5, derde lid, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van de platte schijfhoren;
- artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren;
- artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb voor zover het betreft het onder zich hebben en vervoeren van exemplaren van de heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren;
- artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de ringslang, wezel en hermelijn;
- artikel 3.1, vierde lid, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk storen van de buizerd, havik en ransuil;
- artikel 3.5, derde lid, van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk vernielen en rapen van eieren van de heikikker en de rugstreeppad;
- artikel 3.10, eerste lid, onder b, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de bunzing en de molmuis.
- artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb voor zover het betreft het vangen van de heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren;
- artikel 3.5, eerste lid, van de Wnb voor zover het betreft het doden van de platte schijfhoren;
- artikel 3.5, vierde lid, van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren.
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek van eiseres tot het treffen van een voorlopige voorziening af;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.002,-.