Stichting Flora & Faunabescherming verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen tegen de verleende ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming voor werkzaamheden in de Bloemendalerpolder te Weesp. De ontheffing betreft diverse bouwvelden waar werkzaamheden plaatsvinden die mogelijk beschermde soorten zoals heikikker, rugstreeppad en platte schijfhoren kunnen schaden.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat op meerdere bouwvelden de beschermde soorten al waren afgevangen en verplaatst, en dat amfibieschermen waren geplaatst om verdere schade te voorkomen. Voor deze bouwvelden werd geen voorlopige voorziening noodzakelijk geacht. Wel werd geconcludeerd dat op bouwveld 4A1 geen dieren waren afgevangen en geen amfibieschermen waren geplaatst, waardoor voortzetting van werkzaamheden daar ernstige en onherstelbare schade aan beschermde soorten kan veroorzaken.
De voorzieningenrechter besloot daarom het bestreden besluit gedeeltelijk te schorsen voor bouwveld 4A1 tot de behandeling van het bodemgeschil op 29 maart 2018. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster. Het verzoek tot voorlopige voorziening werd verder afgewezen voor de overige bouwvelden.