ECLI:NL:RBNHO:2018:5324
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging voor overtreding Wet arbeid vreemdelingen wegens werken zonder vergunning
Eiseres, eigenaar van een pand, gaf in 2014 opdracht aan een stukadoorsbedrijf om werkzaamheden uit te voeren. Verweerder legde een boete op wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder tewerkstellingsvergunning en het niet vaststellen en bewaren van identiteitsdocumenten. Eiseres betwistte dat de vreemdeling daadwerkelijk werkzaamheden had verricht en voerde aan dat zij redelijke maatregelen had genomen om overtreding te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat voldoende vaststond dat de vreemdeling werkzaamheden had verricht in het pand en dat eiseres als werkgever kon worden aangemerkt. De verklaringen van betrokkenen en de facturen ondersteunden dit. De rechtbank vond dat eiseres onvoldoende had aangetoond dat zij de overtreding had voorkomen, mede omdat afspraken niet schriftelijk waren vastgelegd en controles niet waren geregistreerd.
De rechtbank verwierp het beroep op het gelijkheidsbeginsel en vond de hoogte van de boete passend gezien de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt ongegrond verklaard en de boete bevestigd.