ECLI:NL:RBNHO:2018:4662
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek partnerbijdrage wegens grievend gedrag en verbreking lotsverbondenheid
De vrouw verzocht de rechtbank om een partnerbijdrage van de man vast te stellen, aangezien zij door arbeidsongeschiktheid onvoldoende inkomen heeft. De man verzocht afwijzing van het verzoek en stelde dat het grievende gedrag van de vrouw de lotsverbondenheid heeft verbroken.
De rechtbank constateerde dat na de echtscheiding een langdurige strijd tussen partijen heeft plaatsgevonden, met meerdere procedures en betrokkenheid van de Raad voor de Kinderbescherming. Uit de stukken bleek dat de vrouw bewust schade heeft toegebracht aan de relatie tussen de man en de minderjarige, onjuiste beschuldigingen heeft geuit en de man bij zijn werkgever in diskrediet heeft gebracht.
Gezien dit grievende gedrag oordeelde de rechtbank dat de lotsverbondenheid tussen partijen is verbroken en dat van de man in redelijkheid niet kan worden verlangd een partnerbijdrage te betalen. De rechtbank hoefde daardoor niet te oordelen over de behoefte van de vrouw of de draagkracht van de man en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een partnerbijdrage wordt afgewezen wegens grievend gedrag dat de lotsverbondenheid heeft verbroken.