Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 4 mei 2018 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
21.91+
10.731-/-
7.28-/-
6.162-/-
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, sinds 2008 ingeschreven als zelfstandig ondernemer in de zorgverlening, ontving voor 2013 een aanslag inkomstenbelasting op basis van loon uit dienstbetrekking. Zij had een VAR-wuo ontvangen, maar deze werd door de Belastingdienst herzien in een VAR-loon wegens gewijzigde feiten en omstandigheden.
Eiseres verleende AWBZ-zorg in natura via HKZ-gecertificeerde toegelaten zorginstellingen, zonder zelf rechtstreeks zorgovereenkomsten met patiënten te sluiten. De rechtbank concludeert dat eiseres onvoldoende zelfstandigheid bezat om als ondernemer te worden aangemerkt, mede omdat zij gebonden was aan zorgplannen, richtlijnen en toezicht van de zorginstellingen.
De rechtbank stelt vast dat een gezagsverhouding bestond tussen eiseres en de zorgaanbieders, waardoor sprake is van loon uit dienstbetrekking. Het vertrouwen op de VAR-wuo is niet gerechtvaardigd omdat deze zonder inhoudelijke controle was afgegeven en later terecht werd herzien. Het beroep van eiseres wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat eiseres loon uit dienstbetrekking heeft genoten.