Werknemer is op staande voet ontslagen door Mabeco wegens vermeende diefstal of verduistering van eigendommen van Tata Steel, waar hij werkzaam was. Werknemer betwist de dringende reden en vordert een billijke vergoeding, vergoeding wegens onregelmatige opzegging en transitievergoeding, mede op grond van opvolgend werkgeverschap.
Mabeco baseert het ontslag op een onderzoek van Tata Steel, maar kan dit niet met stukken onderbouwen. De kantonrechter acht het bewijs van dringende reden voorlopig niet geleverd en staat schriftelijke bewijslevering toe van beide partijen: Mabeco moet bewijzen dat werknemer diefstal pleegde, werknemer moet bewijs leveren voor opvolgend werkgeverschap.
De kantonrechter bepaalt termijnen voor bewijsstukken en reacties, wijst uitstel in beginsel af en houdt verdere beslissing aan. De procedure wordt hiermee voortgezet met nadruk op bewijslevering.