ECLI:NL:RBNHO:2018:2654
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid
De werkgever verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met de werknemer op grond van bedrijfseconomische omstandigheden na een brand die het bedrijfsgebouw onbruikbaar maakte. De werknemer was arbeidsongeschikt en ontving sinds begin 2017 geen loon meer. De werkgever stelde dat herplaatsing niet mogelijk was en dat het voor de werknemer beter was de arbeidsovereenkomst te beëindigen.
De werknemer wilde in dienst blijven en werken aan zijn re-integratie, maar erkende dat dit belemmerd werd. Hij stelde bij ontbinding aanspraak te maken op achterstallig loon en transitievergoeding. De kantonrechter oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat ontbinding in het belang van de werknemer was, waardoor de ontbindingsgrond op h-grond niet van toepassing was.
Vervolgens stelde de kantonrechter vast dat het verzoek feitelijk berustte op de a-grond (bedrijfseconomische omstandigheden), waarvoor eerst toestemming van het UWV vereist is. Omdat deze toestemming niet was gevraagd, verklaarde de kantonrechter het verzoek niet-ontvankelijk en wees de proceskosten toe aan de werknemer.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van toestemming van het UWV.