Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem,
de publiekrechtelijke rechtspersoon de gemeente Haarlem, te Haarlem (gemachtigde: R.B. Admiraal).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Bij besluit van 11 juli 2017 verleende het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem een omgevingsvergunning voor het aanleggen van de herinrichting van de Dreef te Haarlem. Verzoeksters, twee stichtingen die belangen behartigen in de wijk, maakten bezwaar tegen deze vergunning. Na het ongegrond verklaren van hun bezwaren door het college, stelden zij beroep in bij de rechtbank.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoeksters belanghebbenden zijn en ontvankelijk in hun beroep. Het centrale toetsingskader is artikel 2.11, eerste lid, van de Wabo, dat limitatief de weigeringsgronden voor aanlegvergunningen noemt. Omdat aan de relevante bestemmingsplanregels (artikel 17) was voldaan, moest de vergunning worden verleend. De aanlegactiviteiten waren daarmee feitelijk vergunningsvrij en niet beschermd.
De rechtbank stelde vast dat de uniforme openbare voorbereidingsprocedure en advies van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed niet verplicht waren. Argumenten over het participatieproces betroffen het herinrichtingsplan en niet de vergunning zelf. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanlegvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.