ECLI:NL:RBNHO:2018:11778

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 december 2018
Publicatiedatum
6 mei 2019
Zaaknummer
6837795 \ AO VERZ 18-67
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:677 BWArt. 7:678 BWArt. 7:669 lid 3 BWArt. 7:625 BW
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging ontslag op staande voet wegens onvoldoende bewijs meenemen eigendommen KLM

Verzoekster werd op 20 februari 2018 op staande voet ontslagen door Klüh Service Management B.V. wegens het meenemen van etenswaren uit een KLM-toestel, wat volgens Klüh een dringende reden vormt voor ontslag. Verzoekster betwistte dit en diende tijdig een verzoek tot vernietiging van het ontslag in.

Tijdens de zitting werden getuigen gehoord, waaronder beveiligingsmedewerkers en collega’s. De verklaringen verschilden over de vraag of verzoekster daadwerkelijk het zakje met nootjes uit het vliegtuig had meegenomen. De kantonrechter oordeelde dat uit de verklaringen niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat verzoekster het zakje had meegenomen. Het zakje was mogelijk al in de dienstauto aanwezig.

Daarom stelde de kantonrechter vast dat de dringende reden voor ontslag niet was komen vast te staan. Het ontslag op staande voet werd vernietigd en Klüh werd veroordeeld tot betaling van loon en overige emolumenten vanaf de ontslagdatum. Tevens werd verzoekster wedertewerkstelling toegewezen met ingang van 1 januari 2019, ondanks het feit dat haar KLM-pas onterecht was ingenomen. Klüh werd veroordeeld tot betaling van wettelijke verhoging, rente, incassokosten en proceskosten, en er werd een dwangsom opgelegd voor het niet nakomen van de wedertewerkstelling.

Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en verzoekster wordt wedertewerkgesteld met loonbetaling vanaf 20 februari 2018.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 6837795 \ AO VERZ 18-67
Uitspraakdatum: 4 december 2018
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak (beschikking) van de kantonrechter in de zaak van:
[verzoekster]
wonende te [woonplaats]
verzoekster in het verzoek
verweerster in het voorwaardelijk tegenverzoek
verder te noemen: [verzoekster]
gemachtigde: mr. P.P. Klokkers
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
Klüh Service Management B.V.
gevestigd te Schiphol
verweerster in het verzoek
verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek
verder te noemen: Klüh
gemachtigde: mr. J. Ramnath

1.De gronden van de beslissing

1.1.
Klüh heeft [verzoekster] op 20 februari 2018 op staande voet ontslagen. [verzoekster] heeft het verzoek tot onder andere vernietiging van het ontslag tijdig ingediend, omdat dat binnen twee maanden na het ontslag op staande voet is gebeurd.
1.2.
Als dringende reden in de zin van artikel 7:677 lid 1 BW Pro worden op grond van het bepaalde in artikel 7:678 lid 1 BW Pro beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijs niet verlangd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben.
1.3.
De kantonrechter stelt voorop dat voor de beoordeling van de vraag of het door Klüh aan [verzoekster] verleende ontslag op staande voet rechtsgeldig is, de aan [verzoekster] opgegeven reden zoals vermeld in de brief van 20 februari 2018 maatgevend is, en dat het geschil wordt afgebakend door het in die brief genoemde verwijt.
1.4.
In deze brief staat dat Klüh [verzoekster] op staande voet heeft ontslagen, omdat bij haar tijdens een personeelscontrole door KLM Security Services etenswaren zijn aangetroffen uit een KLM-toestel waarin [verzoekster] had gewerkt. In de brief staat verder dat tijdens de personeelscontrole is geconstateerd dat [verzoekster] een KLM spuugzak gevuld met nootjes mee van boord heeft genomen, waarop haar KLM-pas is ingenomen. Daarbij is [verzoekster] aangegeven dat zij in de toekomst niet langer ingezet mag worden voor de schoonmaak in KLM vliegtuigen.
1.5.
Klüh schrijft in de brief ook nog dat [verzoekster] weet en dat ook in artikel 4.1 van haar arbeidsovereenkomst staat dat het meenemen van eigendommen van cliënten, ongeacht de waarde daarvan, ten strengste verboden is en dat dit te allen tijde zal worden aangemerkt als een dringende reden voor ontslag op staande voet. [verzoekster] heeft de huisregels in de arbeidsovereenkomst, en de huisregels die zijn beschreven in de “Klühwijzer” overtreden. Op bladzijde 17 van de Klühwijzer is duidelijk aangegeven dat het verboden is eten en drinken van cateraars van boord mee te nemen en dat overtreding van deze bepaling een dringende reden oplevert om het dienstverband te beëindigen.
1.6.
Klüh heeft gesteld dat zij een strikt beleid hanteert. [verzoekster] heeft erkend dat zij met dit strikte beleid bekend is. De kantonrechter overweegt dat het hanteren van een strikt beleid mag en dat een strikt beleid meespeelt bij de beoordeling van de dringende reden, maar dat in het geval van een strikt beleid, wel echt moet vast staan dat van de dringende reden -een zakje met nootjes meenemen uit het KLM toestel- sprake is.
1.7.
In deze zaak zijn getuigen gehoord. [AAA] , Security Officer KLM Security Service, heeft verklaard dat hij zag dat [verzoekster] iets in haar hand had. Hij heeft verklaard: “
Ik vroeg haar: wat heeft u vast? Zij zei: dat is afval. (…)Ik zei tegen haar: ik wil graag zien wat je in je hand hebt. Het ging om een KLM disposable zakje. Ik kreeg van haar het zakje. Ik maakte het open. In het zakje zat een handvol noten. Ik weet niet wat voor noten maar het zijn in ieder geval noten die wij als KLM aan boord serveren. Ik vroeg haar: hoe komt u hier aan? Waarom is het vuil? Toen zei zij: ik heb het meegenomen van thuis. (…)Ik heb niet gezien dat iemand iets in zijn hand had toen ze uit het vliegtuig kwamen. (…)”
1.8.
[BBB] , Duty manager Klüh, heeft verklaard dat KLM Security een KLM kotszakje met nootjes had gevonden en chocolade uit Kopenhagen onder de stoel of in het dashboardkastje van de dienstauto. Hij heeft verklaard:
“ [verzoekster] had het blauwe kots zakje in haar hand. Ik kan niet bewijzen dat zij het van boord heeft gehaald. Ik ben er pas later bijgekomen.”
1.9.
[verzoekster] heeft verklaard over het kotszakje met nootjes dat zij dat niet heeft meegenomen uit het vliegtuig. Zij heeft verklaard:
“Het kots zakje met pinda’s lag al in de auto althans security heeft dat in het dashboardkastje van de auto gevonden. (…) Ik zat ongeveer 1 minuut in de auto voordat we werden gecontroleerd. (…) Ik heb het kots zakje nooit in mijn hand gehad.”
1.10.
[CCC] , chauffeur, heeft verklaard:
“Ze hebben een KLM blauwe zak pinda’s gevonden boven het dashboardkastje en chocolade en onder de stoel vonden ze een thermoskan. (…) De pinda’s zaten in een KLM blauwe kots zak. (…) Ik zag het zakje voor het eerst toen security mij dat zakje liet zien. Ik heb dat zakje niet in het handen van [DDD] of [verzoekster] gezien. (…)”
1.11. [DDD] , schoonmaker bij Klüh, heeft niets relevants verklaard voor deze zaak.
1.12. [EEE] , Security Officer KLM Security Service, heeft verklaard:
“(…)Op enig moment riep [AAA] mij. Hij liet mij een kots zakje van KLM zien en zei: dit heb ik net aangetroffen bij een vrouwelijke medewerkster van Klüh. Ik begreep van hem dat zij het in haar hand had, maar dat heb ik niet gezien. (…)”
1.13.De kantonrechter is het met Klüh eens dat de getuigen over verschillende onderwerpen verschillend hebben verklaard: over of [verzoekster] wel of niet in de auto zat voordat de controle plaatsvond, over of [verzoekster] wel of niet is gefouilleerd en of [verzoekster] wel of niet het zakje in haar hand had.
1.14.Uit alle verklaringen kan de kantonrechter niet afleiden dat [verzoekster] het kostzakje met nootjes van boord van het KLM toestel heeft meegenomen. Niet kan worden uitgesloten dat het zakje met nootjes zich in de auto bevond, meerdere getuigen verklaren dat, en dat [verzoekster] dat zakje wellicht in haar hand heeft gehad, voor zover [verzoekster] al een zakje in haar hand heeft gehad.
1.15.Dat betekent dat de dringende reden niet is komen vast te staan en dat het ontslag op staande voet dus zal worden vernietigd. Klüh zal worden veroordeeld tot betaling van het loon en de overige emolumenten vanaf 20 februari 2018 totdat de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd.
1.16.Klüh heeft een tegenverzoek gedaan tot voorwaardelijke ontbinding van de arbeidsovereenkomst. Omdat het ontslag op staande voet wordt vernietigd, zal het verzoek om ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de e-grond van artikel 7:669 lid Pro 3, BW worden afgewezen. Een andere reden voor verwijtbaar handelen van [verzoekster] heeft Klüh immers niet gesteld.
1.17.Klüh heeft subsidiair voorwaardelijke ontbinding verzocht op de g-grond. Daaraan heeft Klüh ten grondslag gelegd dat [verzoekster] wisselende verklaringen heeft afgelegd, die bovendien ongeloofwaardig zijn.
1.18.Het mag zo zijn dat [verzoekster] wisselende verklaringen heeft afgelegd. Wat daar ook van zij, voor ontbinding op de g-grond is een ernstige en duurzame verstoring van de arbeidsrelatie nodig. Niet gebleken is dat daarvan sprake is. Ontbinding van de arbeidsovereenkomst op de g-grond is dan ook niet aan de orde.
1.19.Dit alles betekent dat de vordering tot wedertewerkstelling zal worden toegewezen. De tewerkstelling zal worden toegewezen met ingang van 1 januari 2019. Hierbij speelt geen rol dat [verzoekster] thans kennelijk niet meer over een KLM-pas beschikt. Die pas is haar naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte afgenomen. Het is aan Klüh om dit – met de uitspraak van de kantonrechter en in overleg met KLM– verder te regelen.
1.20.Aan de wedertewerkstelling zal een dwangsom worden verbonden ter hoogte van € 100,00 per dag met een maximum van € 50.000,00.
1.21.De gevorderde wettelijke verhoging van artikel 7:625 BW Pro zal gelet op de omstandigheden van het geval worden beperkt tot 10%.
1.22.De gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen, vanaf het moment van verschuldigdheid.
1.23.De buitengerechtelijke incassokosten zullen als onweersproken worden toegewezen zoals gevorderd.
1.24.De proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het (voorlopig) getuigenverhoor komen voor rekening van Klüh, omdat zij in het ongelijk wordt gesteld.
1.25.De taxe van de getuigen komt eveneens voor rekening van Klüh.

2.De beslissing

De kantonrechter:
in het verzoek en tegenverzoek
2.1.
vernietigt het ontslag op staande voet van 20 februari 2018;
2.2.
veroordeelt Klüh om [verzoekster] uiterlijk 1 januari 2019 in staat te stellen haar werkzaamheden als schoonmaakster te hervatten zoals deze werden verricht tot 20 februari 2018;
2.3.
bepaalt dat Klüh voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij in gebreke blijft aan de hiervoor onder 2.2. uitgesproken veroordeling te voldoen aan [verzoekster] een dwangsom verbeurt van € 100,00 per dag tot een maximum van € 50.000,00 is bereikt;
2.4.
veroordeelt Klüh tot betaling aan [verzoekster] van loon en overige emolumenten vanaf 20 februari 2018;
2.5.
veroordeelt Klüh tot betaling van de wettelijke verhoging ter hoogte van 10% en tot betaling van de wettelijke rente over het loon en de overige emolumenten vanaf de respectievelijke vervaldata tot aan de dag van de gehele betaling;
2.6.
veroordeelt Klüh tot betaling van de buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van
€ 816,75;
2.7.
veroordeelt Klüh tot betaling van de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het voorlopig getuigenverhoor, die de kantonrechter aan de kant van [verzoekster] tot en met vandaag vaststelt op:
griffierecht (2x € 79,00) € 158,00
salaris gemachtigde € 600,00;
2.8.
veroordeelt Klüh tot betaling van de taxe van de getuigen van € 23,05;
2.9.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
2.10.wijst de verzoeken voor het overige af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Aardenburg en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter