AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in belastingzaak Scientology
Verzoekers dienden een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij hun belastingzaken, omdat deze rechter eerder als raadsheer bij het gerechtshof Den Haag betrokken was bij een uitspraak die de afwijzing van de ANBI-status van de Scientology Kerk bevestigde. Verzoekers voelden zich hierdoor gediscrimineerd en meenden dat de rechter niet onpartijdig zou zijn in hun lopende zaken.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek aan de hand van artikel 8:15 vanPro de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel bewijzen. De kamer oordeelde dat het enkel feit dat de rechter eerder een oordeel had gegeven in een gerelateerde zaak geen grond is voor wraking, ook niet als verzoekers het niet eens zijn met die uitspraak.
De wrakingskamer verwees naar een arrest van de Hoge Raad waarin is vastgesteld dat rechterlijke beslissingen in een gesloten stelsel van rechtsmiddelen geen reden voor wraking kunnen zijn. Ook het subjectieve gevoel van verzoekers van discriminatie door de eerdere uitspraak was onvoldoende om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden geen aanleiding geven tot wraking en wees het verzoek daarom af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens gebrek aan objectief gerechtvaardigde vrees voor onpartijdigheid.
Uitspraak
RECHTBANK HAARLEM
Wrakingskamer
Zaaknummer :C/15/278749 / HA RK 18/161
datum beslissing: 24 oktober 2018
Op de verzoeken van: 1. [verzoeker] ,
2. [verzoeker] en
3. [verzoeker] , verzoekers.
1.Procesverloop
1.1
Bij brief van 10 september 2018 heeft mr. K.M.J. Jeelof, namens verzoekers mr. B. van Walderveen, hierna te noemen: de rechter, verzocht zich terug te trekken als behandelend rechter uit de bij deze rechtbank, Afdeling Publiekrecht, Sectie Bestuur, aanhangige zaken met zaaknummers HAA 18/165, HAA 18/166, HAA 18/167, HAA 18/168 en HAA 18/169, hierna gezamenlijk te noemen: de hoofdzaken.
1.2
De rechter heeft aan dit verzoek geen gevolg gegeven.
1.3
Het onder 1.1 bedoelde verzoek is daarom mede aangemerkt als wrakingsverzoek.
1.4
De rechter heeft niet berust in de wraking.
1.5
De wrakingskamer heeft op 13 september 2018 van de rechter een reactie op het wrakingsverzoek ontvangen. Deze reactie is in afschrift aan verzoekers doorgezonden.
1.6
Bij brief van 8 oktober 2018 hebben verzoekers de gronden van het wrakingsverzoek nader aangevuld.
1.7
De wrakingskamer heeft op 12 oktober 2018 zitting gehouden. Verzoekers zijn daar verschenen en hebben bij monde van hun gemachtigde hun standpunten naar voren gebracht. De rechter en de wederpartij (de Belastingdienst) zijn niet verschenen.
2.Het standpunt van verzoekers.
2.1
Verzoekers baseren hun verzoek, kort weergegeven, op het feit dat de rechter in zijn hoedanigheid van raadsheer bij het gerechtshof Den Haag ‘medeverantwoordelijk was’ voor de uitspraak van het gerechtshof Den Haag van 21 oktober 2015, ECLI:NL:GHDHA:2015:2875. In deze uitspraak is geoordeeld dat de afwijzing door de Belastingdienst van de aanvraag van de Scientology Kerk te Amsterdam, waarbij verzoekers zijn aangesloten, om met ingang van 1 januari 2008 als ANBI (algemeen nut beogende instelling) te worden aangemerkt, in stand kan blijven. Verzoekers voelen zich door deze uitspraak gediscrimineerd in hun geloofsovertuiging. Verzoekers verbinden daaraan de conclusie dat de rechter niet de juiste persoon is om over de hoofdzaken, waarin het gaat om aan hen opgelegde aanslagen inkomstenbelang en het recht op aftrek van de schenkingen van verzoekers aan de Scientology Kerk te Amsterdam, te beslissen. Verzoekers verwijzen ter onderbouwing van hun verzoek naar een drietal pagina’s, ontleend aan een door hun gemachtigde opgestelde notitie met de titel ‘De uitvoering van de ANBI-regelgeving in het licht van het EVRM en artikel 6 GWPro’. Desgevraagd hebben verzoekers toegelicht dat de hoofdzaak niet gaat over erkenning van de Scientology Kerk als ANBI, maar over de vraag of de inspecteur bij de hen voor de jaren 2014 en 2015 opgelegde aanslagen inkomstenbelasting / premie volksverzekeringen terecht of onterecht van hun aangiften is afgeweken. Subsidiair speelt in de hoofdzaken de vraag of de Belastingdienst gehouden was een lopende procedure over erkenning van de Scientology Kerk als ANBI af te wachten.
3.Beoordeling
3.1
Ingevolge artikel 8:15 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Uitgangspunt daarbij is dat de rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet, die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een partij bij een geding een vooringenomenheid koestert. Daarnaast kan er onder omstandigheden reden zijn voor wraking, indien geheel afgezien van de persoonlijke opstelling van de rechter in de hoofdzaak de bij een partij bestaande vrees voor onpartijdigheid van die rechter objectief gerechtvaardigd is, waarbij rekening moet worden gehouden met uiterlijke schijn. Het subjectieve oordeel van verzoeker is niet doorslaggevend.
3.2
De enkele omstandigheid dat een rechter in het verleden in een beroepsprocedure als lid van een meervoudige kamer een oordeel heeft gegeven over een rechtsvraag die min of meer verband houdt met de rechtsvraag die voorligt in de hoofdzaak en dat verzoekers zich niet met dat oordeel kunnen verenigen, levert geen grond op voor het oordeel dat het fungeren van de rechter in de hoofdzaak tot schade aan de rechterlijke onpartijdigheid zou kunnen leiden, als bedoeld in artikel 8:15 vanPro de Awb. Vooringenomenheid of partijdigheid van de rechter kan daar namelijk niet uit worden afgeleid. De wrakingskamer verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413), waarin is overwogen ‘het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken brengt mee dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking’. Dit uitgangspunt heeft tevens te gelden voor bestuursrechtelijke zaken, waaronder belastinggeschillen, waarvoor immers eveneens een gesloten stelsel van rechtsmiddelen geldt. Aan de stellingen van verzoekers, waarmee zij de inhoudelijke juistheid van de uitspraak van het gerechtshof betwisten, gaat de wrakingskamer dan ook voorbij. Het subjectieve gevoel van verzoekers dat zij zich door het oordeel van het gerechtshof gediscrimineerd voelen, omdat de Scientology Kerk te Amsterdam niet wordt erkend als ANBI in de zin van artikel 6.33, eerste lid, onderdeel b, van de Wet Inkomstenbelasting 2001, zoals dat artikel luidde in 2008, doet daaraan evenmin af.
3.3
De aangevoerde feiten en omstandigheden vormen derhalve geen grond voor wraking.
3.4
De rechtbank zal het verzoek afwijzen.
4.Beslissing
De rechtbank:
4.1
wijst het verzoek om wraking af;
4.2
beveelt de griffier onverwijld aan verzoekers, de rechter en de wederpartij een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van deze beslissing toe te zenden.
Deze beslissing is gegeven door mr. W.J. van Andel, voorzitter, en mrs. H.M. van Dam, en W. Veldhuijzen van Zanten, leden van de wrakingskamer, en in het openbaar uitgesproken op 24 oktober 2018 in tegenwoordigheid van E.H. Mazel als griffier.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.