ECLI:NL:RBNHO:2018:10517
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag ambtenaar wegens verboden nevenactiviteiten niet onverwijld gegeven, geen verwijtbare werkloosheid
Een ambtenaar van de gemeente Zaanstad werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim door het verrichten van verboden nevenactiviteiten waarvoor hij betalingen ontving. Na een integriteitsonderzoek en diverse gesprekken werd hem op 7 april 2017 onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd. De ambtenaar vroeg daarop een WW-uitkering aan, die aanvankelijk werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid.
De Raad van Bestuur van het UWV herzag dit besluit en kende de uitkering toe omdat het ontslag niet onverwijld was gegeven en er geen subjectief dringende reden aan het ontslag ten grondslag lag. De gemeente stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank stelde vast dat het feitenonderzoek niet onredelijk lang duurde, mede doordat de ambtenaar pas in oktober 2016 de benodigde gegevens aanleverde. Echter, de periode tussen de afronding van het feitenonderzoek in december 2016 en het voornemen tot ontslag in februari 2017 was te lang en onvoldoende voortvarend.
De rechtbank concludeerde dat de gemeente niet aannemelijk had gemaakt dat het ontslag onverwijld was gegeven en dat er geen subjectief dringende reden was. Daarom was de werkloosheid van de ambtenaar niet verwijtbaar en had hij recht op WW-uitkering vanaf 7 april 2017.
Het beroep van de gemeente werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep van de gemeente wordt ongegrond verklaard omdat het ontslag niet onverwijld is gegeven en de werkloosheid niet verwijtbaar is.