Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
Uit het dossier kan niet worden afgeleid dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend heeft gehandeld. Verdachte heeft niet sneller gereden dan ter plaatse is toegestaan. Zij heeft dimlicht gevoerd omdat er tegenliggers waren. Uit het in opdracht van de rechtbank uitgevoerde nader onderzoek blijkt dat de verklaring van verdachte dat zij is gestopt en toen een WhatsApp bericht heeft verstuurd, kan kloppen. Verdachtes rijgedrag kan onder de gegeven omstandigheden evenmin als gevaarzetting worden gekwalificeerd. Het enkele feit dat verdachte de fietssters niet heeft opgemerkt, is hiertoe onvoldoende.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Vordering benadeelde partijen
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
120 (honderdtwintig) urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 60 dagen hechtenis.
twaalf (12) maandenmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, WVW.
zes (6) maanden,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op twee jaren bepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.
[vader van het slachtoffer]af.
[moeder van het slachtoffer]niet-ontvankelijk in de vordering.