Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 oktober 2017 in de zaken tussen
[X] VOF, gevestigd te [Z] , eiseres
Procesverloop
belastingrente
€ 27.417 vermeld, een bedrag aan belastingrente van € 1.409 en een boetebedrag van
€ 13.708 (HAA 17/219).
belastingrente
Overwegingen
5 Omzetbelasting
€ 29.714
5 oktober 2016 is van dit onderzoek een rapport opgemaakt waarin – voor zover van belang – het volgende is vermeld:
(…)
2011.2012
2013.2014
2 december 2016 per abuis het aanslagvolgnummer [# 4] is gebruikt en dat deze uitspraak geacht moet worden betrekking te hebben op de naheffingsaanslag met aanslagvolgnummer [# 3] . Met de stukken die verweerder ter zitting heeft overgelegd, heeft hij aannemelijk gemaakt dat er daadwerkelijk slechts één maal voor de periode
1 januari 2013 tot en met 30 juni 2014 een naheffingsaanslag is opgelegd voor het hier in geding zijnde bedrag en dat de uitspraak op bezwaar van 2 december 2016 op die naheffingsaanslag betrekking heeft. De rechtbank merkt de uitspraak op bezwaar van
2 december 2016 daarom aan als betrekking hebbend op de naheffingsaanslag met aanslagvolgnummer [# 3] . Ook die uitspraak is materieel een tweede uitspraak op bezwaar waartegen geen beroep openstaat.
€ 20.096). De rechtbank constateert dat verweerder deze naheffingsaanslagen bij de uitspraken op bezwaar van 2 en 9 december 2016 uiteindelijk tot lagere bedragen heeft verminderd, namelijk voor 2011 tot een bedrag van € 8.614 en voor de jaren 2013/2014 tot een bedrag van € 27.417. Dit betekent dat deze naheffingsaanslagen uiteindelijk eerder te laag dan te hoog zijn vastgesteld. De beroepen zijn dan ook in zoverre ongegrond.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond, voor zover gericht tegen de naheffingsaanslag voor het jaar 2012 en tegen de boetebeschikkingen;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar van 4 december 2015, 2 december 2016 en
- vermindert de naheffingsaanslag voor het jaar 2012 naar een bedrag van € 11.583 en vermindert de heffingsrente dienovereenkomstig;
- vernietigt de boetebeschikkingen;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde delen van de uitspraken op bezwaar; en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 333 aan eiseres te vergoeden.
mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
6 oktober 2017.