Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[verzoekster] B.V., te [plaatsnaam 1] , verzoekster,
het college van burgemeester en wethouders van Schagen, verweerder,
[derde belanghebbende] B.V.,te [plaatsnaam 2] , vergunninghouder.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen een omgevingsvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan een vergunninghouder voor de bouw van een pand ten behoeve van de huisvesting van maximaal 40 agrarische seizoenarbeiders.
Verzoekster exploiteert een camping tegenover het perceel van vergunninghouder en vreesde overlast door arbeidsmigranten, waaronder geluidsoverlast en verkeersbewegingen, en een mogelijke afname van campinggasten. Zij betoogde dat de vergunning in strijd was met het bestemmingsplan en dat procedurele gebreken aanwezig waren.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisvesten van arbeidsmigranten niet per definitie tot overlast leidt en dat de enkele vrees van verzoekster niet zwaarder kon wegen dan het algemeen belang bij passende huisvesting. Ook werden de aangevoerde procedurele bezwaren en strijd met het bestemmingsplan verworpen. De vergunning werd zorgvuldig voorbereid en verleend, met inachtneming van relevante wet- en regelgeving.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er geen aanleiding was om de voorlopige voorziening toe te wijzen en dat de omgevingsvergunning in bezwaar gehandhaafd kan worden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd dan ook afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de omgevingsvergunning voor huisvesting van seizoenarbeiders is afgewezen.