Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. De gemachtigden van beide partijen hebben pleitnotities overgelegd.
Voorafgaand aan de zitting heeft de gemachtigde van [eiseres] bij brief van 30 mei 2017 nog een productie in het geding gebracht.
2.De feiten
3.De vordering
In verband met een gevelrenovatie hebben partijen een allonge getekend. Voorafgaande aan de allonge bedroeg de huurprijs € 6.739,50 per maand en daarna € 6.908,75, conform de contractuele indexatie. De gevelrenovatie is later ingepland, namelijk 5 januari 2016.
is van mening dat zij een vordering ex art. 7:303 BW Pro kan indienen, omdat de huurovereenkomst meer dan 10 jaar geleden is gesloten. Partijen hebben niet over een huurprijsherziening gesproken, laat staan dat dit tussen partijen zou zijn overeengekomen. Er is geen sprake geweest van aanbod en aanvaarding. Ook op basis van het Haviltex-criterium kan niet worden geoordeeld dat partijen een nadere huurprijs zijn overeengekomen die de komende 10 jaar niet kan worden herzien. Indien (tekstueel) uit de allonge zou volgen dat sprake is van een huurprijsaanpassing, dan is sprake van misleiding en/of misbruik van omstandigheden aan de zijde van Segesta dan wel dwaling aan de zijde van [eiseres] . Zo nodig doet [eiseres] een beroep op vernietiging van deze rechtshandeling.
4.Het verweer
Segesta is van mening dat partijen tussentijdens een nadere vaststelling van de huurprijs zijn overeengekomen met ingang van 1 april 2015. Partijen zijn namelijk overeengekomen, dat de geïndexeerde huurprijs geldt als de nieuwe (aanvangs)huurprijs voor de nieuw overeengekomen huurperiode. Dit betekent dat de huurprijs kan worden herzien met ingang van 1 april 2025. De zekerheid over de gelijkblijvende huur (behoudens indexeringen) gedurende de huurperiode wilde Segesta logischerwijze hebben, aangezien zij fors in het gehuurde ging investeren, te weten voor een bedrag van € 150.000,--. Deze investering zou Segesta niet hebben gepleegd als [eiseres] onmiddellijk na de renovatie een huurprijsverlaging zou kunnen vorderen. Segesta verwijst naar de door partijen getekende allonges. Segesta betwist dat [eiseres] niet zou hebben geweten wat zij tekende. Partijen hebben tevoren over de renovatie gesproken en over de tussentijdse nadere vaststelling van de huurprijs in verband met deze renovatie. Hier is [eiseres] mee akkoord gegaan. Zij kan nu niet eenzijdig op deze afspraken terugkomen. Segesta heeft er bezwaar tegen dat [eiseres] thans stelt dat sprake zou zijn van dwang, dwaling of bedrog. Dit standpunt heeft zij niet eerder dan ter zitting ingenomen.