ECLI:NL:RBNHO:2017:4006
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Beoordeling onderzoek naar rijgeschiktheid na rijden onder invloed met hoog alcoholgehalte
Eiser werd op 17 mei 2016 aangehouden op verdenking van rijden onder invloed met een ademalcoholgehalte van 1,576 ‰. Naar aanleiding hiervan heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd. Eiser voerde aan dat hij niet de bestuurder was en slechts op de bestuurdersstoel zat om zijn telefoon op te laden, zonder het voertuig te besturen. Hij verwees naar jurisprudentie en de wetsgeschiedenis om zijn standpunt te onderbouwen.
Verweerder stelde dat het vermoeden van ongeschiktheid gegrond is, mede omdat eiser eerder een educatieve maatregel had gekregen en nu een hoog alcoholgehalte had. De rechtbank overwoog dat het voldoende is dat aannemelijk is dat eiser onder invloed een motorrijtuig heeft bestuurd, ook als het vermoeden niet tijdens het daadwerkelijke besturen is vastgesteld. De omstandigheden, waaronder het feit dat eiser op de bestuurdersstoel zat met draaiende motor en koplampen, en het ontbreken van aannemelijk bewijs dat een ander bestuurder was, rechtvaardigen het vermoeden.
De rechtbank verwierp het beroep van eiser en oordeelde dat de bestuursrechtelijke bewijsregels anders zijn dan in het strafrecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beslissing tot het opleggen van het onderzoek naar de rijgeschiktheid bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot onderzoek naar de rijgeschiktheid is ongegrond verklaard.