Eiseres verzocht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) om verschillende documenten, waaronder een intern onderzoeksrapport, haar personeelsdossier en e-mailwisselingen over haar arbeidsrelatie. Verweerder gaf gedeeltelijk gehoor aan het verzoek, maar weigerde inzage in bepaalde documenten die hij aanmerkte als intern beraad met persoonlijke beleidsopvattingen.
Na bezwaar en een gewijzigd besluit bleef verweerder weigeren de betreffende e-mailwisselingen te verstrekken. Eiseres stelde dat deze documenten niet als intern beraad konden worden aangemerkt, met name omdat sommige correspondentie met externe partijen plaatsvond en de inhoud geen persoonlijke beleidsopvattingen bevatte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom de documenten niet openbaar gemaakt konden worden en dat veel e-mails niet voldeden aan de criteria voor intern beraad met persoonlijke beleidsopvattingen. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het beroep tegen het gewijzigde besluit werd ongegrond verklaard. Verweerder werd tevens opgedragen het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden.