ECLI:NL:RBNHO:2017:2604

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 maart 2017
Publicatiedatum
31 maart 2017
Zaaknummer
5683527 AO VERZ 17-19
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht; Arbeidsrecht
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontslag op staande voet wegens schending van relatiebeding en gedragsregels door werknemer

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 13 maart 2017 uitspraak gedaan in een verzoek van [verzoeker] om een billijke vergoeding van € 30.000,- bruto na ontslag op staande voet door Pex Time B.V. De werknemer, [verzoeker], was op 1 maart 2013 in dienst getreden als Brand Manager, maar heeft in de maanden voorafgaand aan zijn ontslag contact gehad met Di-Modell, een leverancier van Pex Time, met de bedoeling om voor zichzelf te beginnen. Pex Time heeft hem op 15 december 2016 op staande voet ontslagen, omdat hij de arbeidsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst had geschonden door zakelijke informatie naar zijn privé e-mailadres te sturen en contact te onderhouden met een concurrent. De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig was, omdat [verzoeker] grove plichten had veronachtzaamd. Het verzoek om een billijke vergoeding werd afgewezen, en [verzoeker] werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Afdeling Privaatrecht
Sectie Kanton - locatie Zaanstad
Zaaknr./rolnr.: 5683527 \ AO VERZ 17-19
Uitspraakdatum: 13 maart 2017
Beschikking in de zaak van:
[X],
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: [verzoeker]
gemachtigde: mr. R.P. Zieltjens
tegen
de besloten vennootschap
Pex Time B.V.,
gevestigd te Zaandam
verwerende partij
verder te noemen: Pex Time
gemachtigde: mr. J.F.M. Kappé

1.Het procesverloop

1.1.
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om ten laste van Pex Time een billijke vergoeding toe te kennen. Pex Time heeft een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 27 februari 2017 heeft een zitting plaatsgevonden. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat partijen, mede aan de hand van pleitaantekeningen, ter toelichting van hun standpunten naar voren hebben gebracht. Voorafgaand aan de zitting heeft [verzoeker] bij brief van 23 februari 2017 nog stukken toegezonden.

2.De feiten

2.1.
Pex Time maakt onderdeel uit van de PDA Group en is een onderneming die zich onder meer bezig houdt met de distributie van horlogemerken en horlogebanden.
2.2.
[verzoeker] , geboren 25 januari 1960, is op 1 maart 2013 in dienst getreden bij Pex Time, in de functie van Brand Manager, met een salaris van € 3.750,00 bruto per maand.
2.3.
Voorafgaand aan zijn dienstverband met Pex Time exploiteerde [verzoeker] een eigen onderneming, Pex Horba B.V., die in dezelfde branche actief was als Pex Time. Pex Horba B.V. is in februari 2013 failliet gegaan.
2.4.
In de schriftelijke arbeidsovereenkomst van 1 maart 2013 staat onder meer het volgende:
Artikel 8 Non concurrentie
(...)
2. Het is de werknemer verboden voor zichzelf of voor anderen direct of indirect, tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst evenals twee jaar daarna relaties van de werkgever, daaronder begrepen (potentiële) relaties, te benaderen anders dan in het kader van deze overeenkomst.
Artikel 9 Werk voor derden
Werknemer zal zonder uitdrukkelijke toestemming van werkgever geen werkzaamheden voor derden verrichtte gelijk of naar aard gelijk aan voor de werkgever te verrichten werkzaamheden en zich onthouden van zaken doen voor eigen rekening.
Artikel 10 Geheimhouding
Werknemer zal tegenover derden alsmede collega’s tijdens en na de dienstbetrekking bijzonderheden of informatie betreffende werkgever of betreffende zakelijke relaties van werkgever, geheimhouden, tenzij werkgever toestemt in het doen van dergelijke uitlatingen. (...).”
2.5.
In een e-mail van 19 augustus 2016 is aan de medewerkers van Pex Time een addendum op het interne handboek toegezonden. Dat addendum bestaat uit een gedragscode voor internetgebruik, computernetwerk en e-mail. In dat addendum staat onder meer het volgende:
“(...) Zakelijke informatie (documenten en e-mails) mogen, zonder schriftelijke toestemming van de directie, niet worden doorgestuurd naar een eigen privé e-mailadres dan wel naar e-mailadressen van derden.
Op geen enkele wijze mogen de belangen van de PDA Group worden geschaad.
Medewerkers die de beschikking hebben over documenten, waaronder algemene omzetinformatie, dealerlijsten, bezoekrapporten, merk- en productinformatie, is het verboden deze informatie op andere gegevensdragers op te slaan dan de gegevensdragers die de PDA Group toebehoren.
Bedrijfsgegevens en/of zakelijke e-mails die vóór de toezending van deze gedragscode op een andere gegevensdrager waren opgeslagen of hiernaar verzonden zijn, dienen per direct verwijderd te worden.
Indien de werknemer zonder schriftelijke toestemming deze gedragscode overtreedt dan kan dit leiden tot ontslag op staande voet (...).”
2.6.
Vanaf september 2016 is er contact geweest tussen [Y] (hierna: [Y] ), medewerker van Di-Modell, en [verzoeker] . Di-Modell is één van de leveranciers waarmee Pex Time een distributie-overeenkomst heeft. In dat contact is onder andere gesproken over de indruk die bij [Y] bestond dat Pex Time (ook) een distributie-overeenkomst zou (willen) aangaan met Morellato, een concurrent van Di-Modell, en over de omstandigheid dat [verzoeker] in overleg was met Pex Time over een beëindiging van de arbeidsrelatie en voor zichzelf wilde beginnen.
2.7.
In de loop van 2016 zijn partijen in gesprek getreden over het beëindigingen van de arbeidsovereenkomst. Dat heeft ertoe geleid dat partijen op 26 oktober 2016 een vaststellingsovereenkomst zijn aangegaan waarbij de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden is beëindigd op 1 maart 2017. Daarbij zijn ook andere afspraken gemaakt, waaronder de volgende:
“(...) Na beëindiging van de arbeidsovereenkomst is geen sprake van een concurrentiebeding noch van een boetebeding (...)
Werknemer zal alle informatie waaronder adressenbestanden, dealerlijsten en omzetlijsten die hem ter beschikking zijn gesteld, inleveren dan wel vernietigen (...)
Partijen zullen zich onthouden van het doen van mededelingen, van welke aard, in welke vorm en aan wie dan ook, die de belangen en de eer een goede naam van de andere partij op enigerlei wijze zullen kunnen schaden (...).”
2.8.
Gedurende de laatste maanden van de arbeidsovereenkomst heeft [verzoeker] zijn functie als Brand Manager niet meer vervuld, maar heeft hij werkzaamheden in het magazijn verricht. In een e-mail van 10 oktober 2016 van [Z] (hierna: [directeur] ), directeur van Pex Time, is aan [verzoeker] onder meer meegedeeld dat collega [Q] (hierna: [manager] ) per 1 november 2016 is aangesteld als Brand Manager.
2.9.
[verzoeker] heeft met een e-mail van 17 november 2016 de gehele adressenlijst van klanten van de PDA Group aan zijn privé e-mailadres gestuurd.
2.10.
In een e-mail van 5 december 2016 heeft [verzoeker] het volgende geschreven aan [Y] :
“Dear Peter,
His answer does not surprise me. Instead of saying sorry it’s always the other side who is wrong, in this case you are the bad guy. Some self reflection is him unknown. It’s all your fault and he is always right, this is how I know him over the last four years.
The good news is when you indeed stop supplying Pextime from 5th of january 2017 the end of the business relation ship is there. Don’t forget that he will let you down anyway the moment everything is settled with Morellato. He is an emotional manager and unfortunately his not fair.
For Di-Modell it will be in the beginning hard to deal with a decrease of turn-over but I’am sure that my new company, who has focus only on Di-Modell and Wilson straps, at the end of the day, at least achieve the same results as Pextime or even better, this is the goal.
I hope you have fade in our partner ship and I will do everything to make it succesfull fot the both of us. (...).”
2.11.
In een e-mail van 9 december 2017 heeft [verzoeker] een afspraak gemaakt om voor een volgend gesprek op 4 januari 2017 naar Di-Modell in Duitsland te komen.
2.12.
In een e-mail van 13 december 2016 heeft [manager] aan Di-Modell laten weten dat een levering niet werd geaccepteerd. Daarop is van de kant van Di-Modell aan [verzoeker] gevraagd om uitleg daarover, waarna [verzoeker] bij e-mail van 13 december 2016 heeft gereageerd met de opmerking:
“Holy shit.
In call you “im Mittag”.
They are now already playing games”.
2.13.
In een brief van 15 december 2016 heeft Pex Time aan [verzoeker] bevestigd dat hij op die datum op staande voet is ontslagen. In die brief is daarover het volgende vermeld:
“Wij hebben vastgesteld dat jij aanwijsbaar directe contacten onderhoudt, met een ieder geval één leverancier, met de kennelijke bedoeling om in 2017 horlogebanden onder het merk Di-Modell en Bear te gaan verkopen terwijl jouw arbeidsovereenkomst met Pextime BV nog tot 1 maart 2017 voortduurt. Wij zijn – zoals je bekend is – op dit moment distributeur van de merken Di-Modell en Bear.
De mail was ondertekend met de naam PexHorba hetgeen niet kan en mag omdat Pex horlogebanden (Horba) een merk is dat door Pextime wordt gevoerd en wij de activiteiten van PexHorba in 2013 hebben overgenomen.
Jij heb daarnaast, terwijl jouw dienstverband nog tot 1 maart voortduurt, voor 4 januari 2017 een afspraak staan om de firma Di-Modell te bezoeken, met kennelijk eveneens de bedoeling om de mogelijkheid te bespreken dat jij beide horlogebandenmerken voor Nederland wilt gaan distribueren.
Van enig bezoek aan onze leverancier heb je ons niet in kennis gesteld, terwijl je dat in de uitoefening van jouw dienstverband had behoren te doen. Deze afspraak is derhalve zonder ons medeweten en zonder onze instemming op persoonlijke titel gemaakt.
In de arbeidsovereenkomst onder artikel 8 staat:
Het is de werknemer verboden voor zichzelf of voor anderen (...) tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst (...) relaties te benaderen anders dan in het kader van deze overeenkomst.
Wij constateren dat je deze bepaling van de arbeidsovereenkomst hebt overtreden.
Daarnaast schend jij mijn goede naam door allerlei uitspraken te doen die niet alleen onjuist maar vooral buitengewoon grievend zijn. Jij zet mij tegenover onze leverancier neer als iemand die onbetrouwbaar is en kennelijk ‘een spelletje’ zou spelen met deze leverancier. Je schendt hiermee een direct bedrijfsbelang aangezien jij hiermee onze relatie met deze leverancier doelbewust op het spel zet. Wij constateren dat je wederom een bepaling van de arbeidsovereenkomst hebt overtreden. Daarnaast is het voorgaande in strijd met de vaststellingsovereenkomst die wij hebben gesloten. (...)
Zoals je bekend is, geldt binnen ons bedrijf een IT gedragscode. Deze gedragscode is op 19 augustus als addendum toegevoegd aan het bestaande handboek en aan alle medewerkers toegezonden, dus ook aan jou. Hierin staat zeer duidelijk vermeld dat er zonder schriftelijke toestemming geen zakelijke informatie naar derden of naar een eigen privémailadres gestuurd mag worden en voor zover dat wel gebeurd was, deze verwijderd moest worden. Er staat zelfs vermeld dat overtreding van deze gedragscode kan leiden tot ontslag op staande voet (...).
Op 17 november heb jij ons volledige adressenbestand, dat op een aparte harde schijf op onze server staat, per mail naar jouw privémailadres gestuurd.
Dit adressenbestand is door mij persoonlijk gemaakt en betreft het moederbestand waarin alle adressen zijn vastgelegd en worden bijgehouden, waaronder e-mail adressen van alle klanten en niet-klanten. In deze lijst is tevens opgenomen welke klant, welk merk verkoopt.
Wij constateren dat jij de IT gedragscode hebt geschonden. (...)
Helaas kunnen wij – alles overwegende – tot geen andere conclusie komen, dan dat jij op grove wijze de plichten, die de arbeidsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst met zich meebrengen, hebt veronachtzaamd en overtreden. Op grond daarvan is voortzetting van de arbeidsovereenkomst voor ons onaanvaardbaar en zien wij redenen om het dienstverband met onmiddellijke ingang te beëindigen.”
2.14.
In een brief van [Y] van 23 februari 2017 aan [verzoeker] wordt gesteld dat het voor [Y] begin december 2016 helemaal duidelijk werd dat Pex Time met ingang van 1 januari 2017 in zee zou gaan met leverancier Morellato en dat Di-Modell gelet daarop rekening moest houden met enorme verliezen en omzetverlies. Daarbij is opgemerkt dat Di-Modell niet
“der kleine Bruder”van Morellato wilde zijn en dat de PDA Group er daarom van op de hoogte was gesteld dat Di-Modell vanaf 5 januari 2017 niet meer aan de PDA Group zou leveren. In die brief wordt ook aangegeven dat
“Diese neue Freiheit”Di-Modell ertoe heeft gebracht om [verzoeker] te vragen of hij onder eigen verantwoordelijkheid in Nederland Di-Modell armbanden zou willen verkopen.

3.Het verzoek

3.1.
[verzoeker] heeft een verzoek gedaan om ten laste van Pex Time een billijke vergoeding toe te kennen van € 30.000,- bruto, op grond van artikel 7:681 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Volgens [verzoeker] moet een billijke vergoeding worden toegekend, omdat geen sprake is van een dringende reden voor ontslag op staande voet en dat ontslag dus niet geldig is. In dat kader heeft [verzoeker] het volgende aangevoerd.
3.2.
[verzoeker] stelt dat hij geen werkzaamheden heeft verricht ten behoeve van anderen of zichzelf en dat hij geen relaties van Pex Time heeft benaderd, zodat geen sprake kan zijn van een overtreding van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst. Daarbij is volgens [verzoeker] Di-Modell ook niet aan te merken als een ‘relatie’ in de zin van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst en heeft Di-Modell [verzoeker] benaderd en niet andersom. Verder wijst [verzoeker] erop dat het concurrentie- en relatiebeding van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst gelet op de vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2016 zou vervallen per 1 maart 2017, zodat niet valt in te zien waarom [verzoeker] in het kader van het zoeken naar een nieuwe werkkring geen contact zou mogen hebben met Di-Modell. [verzoeker] neemt daarnaast het standpunt in dat hij nooit doelbewust of opzettelijk zou hebben beoogd de relatie tussen Pex Time en Di-Modell te verslechteren of te verbreken, en dat zowel Pex Time en Di-Modell ten tijde van de door Pex Time genoemde uitlatingen van [verzoeker] al het voornemen hadden hun relatie te beëindigen.

4.Het verweer

4.1.
Pex Time verweert zich tegen het verzoek. Zij voert aan – samengevat – dat [verzoeker] terecht op staande voet is ontslagen en dat er dus geen grond is om aan [verzoeker] een billijke vergoeding toe te kennen.
4.2.
Volgens Pex Time blijkt uit de stukken dat [verzoeker] meerdere keren contact heeft gehad met Di-Modell, met het doel om Di-Modell als leverancier naar zich toe te trekken en zodoende zijn eigen onderneming te starten. Volgens Pex Time heeft [verzoeker] daarmee de bepalingen uit de arbeidsovereenkomst en de vaststellingsovereenkomst geschonden, en moet Di-Modell wel degelijk als een ‘relatie’ in de zin van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst worden gezien. Verder meent Pex Time dat [verzoeker] met zijn acties en e-mails van 5 en 13 december 2016 de relatie tussen Pex Time en Di-Modell heeft beschadigd en dat hij [directeur] willens en wetens in een kwaad daglicht heeft gesteld. Ook is volgens Pex Time sprake van een schending van de IT gedragscode, doordat [verzoeker] het klantenbestand van Pex Time naar zijn privé e-mailadres heeft gezonden, terwijl daarvoor geen enkele reden bestond. Daarnaast wijst Pex Time erop dat [verzoeker] de e-mail aan Di-Modell van 5 december 2016 ten onrechte heeft ondertekend namens Pex Horba.

5.De beoordeling

5.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of aan [verzoeker] een billijke vergoeding moet worden toegekend.
5.2.
De kantonrechter merkt op dat in het verzoekschrift ook wordt gevraagd om Pex Time te veroordelen tot doorbetaling van loon en vakantiegeld na het ontslag op staande voet, maar op de zitting is door [verzoeker] toegelicht dat niet is beoogd om een loonvordering in te stellen. [verzoeker] heeft uiteengezet dat hij met het verzoek ten aanzien van loon en vakantiegeld heeft bedoeld te betogen dat bij de vaststelling van de hoogte van de billijke vergoeding rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat hij door het ontslag op staande voet loon is misgelopen. Verder heeft [verzoeker] op de zitting verklaard dat hij niet heeft bedoeld om een (gefixeerde) schadevergoeding te verzoeken.
5.3.
Gelet op artikel 7:681 lid 1, onderdeel a, BW kan het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding alleen worden toegewezen als het ontslag op staande voet niet geldig is. In dat kader wordt het volgende overwogen.
5.3.
Volgens artikel 7:678 lid 1 BW worden voor de werkgever als dringende redenen voor een ontslag op staande voet beschouwd zodanige daden, eigenschappen of gedragingen van de werknemer, die ten gevolge hebben dat van de werkgever redelijkerwijze niet kan gevergd worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. In artikel 7:678 lid 2, onderdeel k, BW is bepaald dat een dringende reden onder andere aanwezig kan zijn als de werknemer grovelijk de plichten veronachtzaamt, welke de arbeidsovereenkomst hem oplegt.
5.4.
Bij de beoordeling van de vraag of van een dringende reden sprake is, moeten alle omstandigheden van het geval, in onderling verband en samenhang, in aanmerking worden genomen. Daarbij behoren in de eerste plaats te worden betrokken de aard en ernst van hetgeen de werkgever als dringende reden aanmerkt, en verder onder meer de aard en duur van de dienstbetrekking, de wijze waarop de werknemer deze heeft vervuld, alsmede de persoonlijke omstandigheden van de werknemer, zoals zijn leeftijd en de gevolgen die een ontslag op staande voet voor hem zou hebben. Ook indien de gevolgen ingrijpend zijn, kan een afweging van deze persoonlijke omstandigheden tegen de aard en de ernst van de dringende reden tot de conclusie leiden dat een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst gerechtvaardigd is (zie: HR 21 januari 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA4436; NJ 2000/190; JAR 2000/45 (
HEMA)).
5.5.
Naar het oordeel van de kantonrechter is sprake van een dringende reden en is het ontslag op staande voet daarom terecht gegeven, gelet op het volgende.
5.6.
Vast staat dat [verzoeker] vanaf september 2016, buiten Pex Time om en zonder haar medeweten, contact heeft gehad met Di-Modell. Uit de e-mail van 5 december 2016 van [verzoeker] aan [Y] blijkt onmiskenbaar dat dit contact met Di-Modell erop gericht is geweest dat [verzoeker] in plaats van Pex Time als distributeur van Di-Modell zou gaan optreden. Ook is daarbij door [verzoeker] het scenario voorgesteld dat Di-Modell zou stoppen met leveringen aan Pex Time, zodat de zakelijke relatie tussen Di-Modell en Pex Time zou eindigen en [verzoeker] die relatie kon overnemen. Door deze gedragingen heeft [verzoeker] in ernstige mate in strijd gehandeld met de artikelen 8, 9 en 10 van de arbeidsovereenkomst. [verzoeker] heeft immers tijdens zijn dienstverband met Pex Time Di-Modell benaderd buiten het kader van zijn arbeidsovereenkomst, is tijdens zijn dienstverband al met Di-Modell zaken gaan doen voor eigen rekening en heeft informatie betreffende Pex Time gedeeld met Di-Modell. Voor zover de betreffende gedragingen van [verzoeker] al niet zouden zijn verboden door de artikelen 8, 9 en 10 van de arbeidsovereenkomst, leveren deze ook een ernstige schending op van de verplichting van [verzoeker] om zich als goed werknemer te gedragen, zoals bedoeld in artikel 7:611 BW.
5.7.
Anders dan [verzoeker] stelt, moet Di-Modell als een relatie in de zin van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst worden aangemerkt. Er is geen reden om aan te nemen dat met de term ‘relaties’ in artikel 8 van de arbeidsovereenkomst alleen klanten van Pex Time bedoeld zijn en niet ook leveranciers, zoals Di-Modell. Nog daargelaten dat ook Di-Modell als klant zou kunnen worden aangemerkt, bieden de bewoordingen van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst geen aanknopingspunt voor de door [verzoeker] gestelde uitleg. Indien zou zijn beoogd om het relatiebeding van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst alleen te laten gelden voor klanten, had het voor de hand gelegen dat de term ‘klanten’ was gebruik. Juist het gebruik van de term ‘relaties’ geeft aan dat het relatiebeding ruimer en breder bedoeld is. [verzoeker] heeft ook niet, althans onvoldoende gesteld en gemotiveerd dat partijen bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst hebben bedoeld af te spreken dat het relatiebeding alleen zag op klanten. Pex Time heeft er terecht op gewezen dat ervan moet worden uitgegaan dat het relatiebeding juist ook bedoeld is voor leveranciers, omdat het verlies van een leverancier haar klanten en omzet kan kosten.
5.8.
Het verweer van [verzoeker] dat Di-Modell hem heeft benaderd en niet andersom, zodat geen sprake is van een schending van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst, treft geen doel. Duidelijk is dat [verzoeker] vanaf september 2016 contact heeft gehad met Di-Modell om over hun zakelijke relatie te spreken en dat in dat kader tussen partijen gesprekken hebben plaatsgevonden, waarbij onder andere de afspraak is gemaakt dat [verzoeker] voor een gesprek op 4 januari 2017 naar Di-Modell in Duitsland zou komen. Uitgaande van dergelijke contacten is sprake van een situatie waarin [verzoeker] en Di-Modell elkaar over en weer benaderen, en ieder geval ook van een ‘benaderen’ door [verzoeker] van een relatie in de zin van artikel 8 van de arbeidsovereenkomst.
5.9.
De activiteiten van [verzoeker] moeten ook worden aangemerkt als het doen van zaken voor eigen rekening, hetgeen volgens artikel 9 van de arbeidsovereenkomst verboden is. [verzoeker] is immers vanaf september 2016 doende geweest om Di-Modell als zakelijke relatie over te nemen en voor eigen rekening te gaan optreden als distributeur van Di-Modell. Of [verzoeker] daarbij al dan niet de handelsnaam Pex Horba heeft gebruikt in zijn contacten met Di-Modell en of hij al dan niet daadwerkelijk transacties of verkopen heeft gerealiseerd vóór 1 maart 2017, kan daarbij in het midden blijven, omdat uit het voorgaande al volgt dat hij ten behoeve van zichzelf zaken heeft gedaan met en voor Di-Modell.
5.10.
De uitlatingen van [verzoeker] , met name in de e-mails van 5 december 2016 en 13 december 2016, leveren ook een ernstige schending op van artikel 10 van de arbeidsovereenkomst, van de afspraken in de vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2016 en van de verplichtingen als goed werknemer. Met name in de e-mail van 5 december 2016 heeft [verzoeker] zich bijzonder negatief en grievend uitgelaten over [directeur] en Pex Time, terwijl kort daarvoor in de vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2016 nota bene was overeengekomen dat partijen zich zouden onthouden van het doen van mededelingen die de belangen en de goede naam van de andere partij op enigerlei wijze zouden kunnen schaden. Dat de uitlatingen van [verzoeker] de belangen en de goede naam van [directeur] en Pex Time (kunnen) schaden, is naar het oordeel van de kantonrechter evident.
5.11.
[verzoeker] heeft er nog op gewezen dat op grond van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst van 26 oktober 2016 de arbeidsovereenkomst sowieso op korte termijn zou eindigen per 1 maart 2017 en dat het concurrentie- en relatiebeding per die datum ook zou vervallen. Dit doet er achter er niet aan af dat [verzoeker] de hiervoor genoemde verplichtingen in ernstige mate heeft geschonden. [verzoeker] was immers gehouden de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst tot in ieder geval 1 maart 2017 na te blijven komen. En zoals hiervoor al is overwogen, was [verzoeker] juist ook op basis van de vaststellingsovereenkomst verplicht zich te onthouden van het doen van negatieve mededelingen, ook na het beëindigen van de arbeidsrelatie. De kantonrechter kan daarom in het midden laten of de vaststellingsovereenkomst ertoe strekt dat zowel het concurrentie- als het relatiebeding zouden komen te vervallen, zoals [verzoeker] stelt, of dat dit alleen gold voor het concurrentiebeding, zoals Pex Time betoogt.
5.12.
Ook de stelling van [verzoeker] dat Pex Time en Di-Modell toch al van plan waren om hun zakelijke relatie te beëindigen, kan niet wegnemen dat hij zijn verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst ernstig heeft geschonden. Daarbij komt dat uit de e-mail van [verzoeker] van 5 december 2016 en de brief van [Y] van 23 februari 2017 niet volgt dat Di-Modell al vóór 5 januari 2017 definitief had besloten de relatie met Pex Time te beëindigen. Uit die brief van [Y] blijkt ook dat Di-Modell pas in december 2016 duidelijk was dat Pex Time in zee zou gaan met leverancier Morellato. Gelet op de omstandigheid dat [verzoeker] vanaf september 2016 in contact is getreden met Di-Modell, is ook denkbaar dat juist dat contact ertoe heeft geleid dat Di-Modell tot het besluit is gekomen of bewogen om de relatie met Pex Time te beëindigen. Duidelijk is in ieder geval ook dat de gedragingen van [verzoeker] er niet toe hebben bijgedragen dat Di-Modell als leverancier voor Pex Time behouden is gebleven. Verder heeft Pex Time op de zitting onweersproken gesteld dat zij de relatie met Di-Modell wil voortzetten, dat zij de eenzijdige beëindiging van de distributie-overeenkomst door Di-Modell mogelijk gaat aanvechten en dat nog niet duidelijk is of die beëindiging stand houdt.
5.13.
Vast staat dat [verzoeker] met een e-mail van 17 november 2016 de gehele adressenlijst van klanten van de PDA Group aan zijn privé e-mailadres heeft gestuurd. Dit is een schending van de gedragscode, neergelegd in het addendum op het interne handboek van Pex Time, zoals kort daarvoor nog bekendgemaakt bij e-mail van 19 augustus 2016. Uit die gedragscode volgt immers dat een dergelijke adressenlijst zonder toestemming van Pex Time niet mag worden doorgestuurd naar een eigen privé e-mailadres. In de gedragscode wordt er ook nadrukkelijk op gewezen dat een schending van de voorschriften tot ontslag op staande voet kan leiden. Voor zover [verzoeker] heeft gesteld dat Pex Time in het verleden dergelijke gedragingen wel toestond, overweegt de kantonrechter dat Pex Time daaraan in ieder geval een einde heeft gemaakt met haar e-mail van 19 augustus 2016 en dat dit ook duidelijk had moeten zijn voor [verzoeker] . [verzoeker] heeft erop gewezen dat hij de adressenlijst alleen aan zijn privé e-mailadres heeft toegezonden om klanten te kunnen informeren over zijn vertrek. Dat dit de bedoeling is geweest van die toezending, kan de strijdigheid met de duidelijke regel van de gedragscode echter niet wegnemen. Daarbij komt dat Pex Time op de zitting onweersproken heeft toegelicht dat de adressenlijst die [verzoeker] aan zichzelf heeft toegezonden veel meer gegevens bevat dan alleen adressen, namelijk alle informatie over de betreffende klanten, waaronder concurrentiegevoelige informatie. [verzoeker] heeft in reactie daarop onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom hij voor het door hem gestelde doel die uitgebreide informatie nodig had. Voor zover [verzoeker] er pas later achter is gekomen dat het adressenbestand meer informatie bevatte dan hij aanvankelijk dacht, zoals op zitting door [verzoeker] is gesteld, had [verzoeker] Pex Time daarover moeten informeren en de informatie direct moet verwijderen, maar ook dat is niet gebeurd, althans is daarvan niet gebleken.
5.14.
Bovenstaande feiten en omstandigheden, in samenhang en onderling verband bezien, brengen de kantonrechter tot het oordeel dat Pex Time op de door haar genoemde dringende reden tot ontslag op staande voet heeft kunnen overgaan. Dat de gevolgen van het ontslag ingrijpend kunnen zijn voor [verzoeker] , legt gelet op de aard en de ernst van de dringende reden onvoldoende gewicht in de schaal om tot een andere conclusie te komen. Het ontslag op staande voet is dus rechtsgeldig.
5.15.
Nu hiervoor is geoordeeld dat het ontslag op staande voet rechtsgeldig is, zal het verzoek van [verzoeker] om toekenning van een billijke vergoeding worden afgewezen.
5.16.
Partijen hebben op de zitting nog gediscussieerd over de vraag of de vaststellingsovereenkomst tussen partijen ondanks het ontslag op staande voet al dan niet (deels) in stand is gebleven. De kantonrechter zal daarover geen oordeel geven, omdat dit in het licht van het voorgaande niet nodig is en beide partijen in dat kader geen verzoek of (neven)vordering hebben ingediend waarop moet worden beslist.
5.16.
De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
wijst het verzoek af;
6.2.
veroordeelt [verzoeker] tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van Pex Time tot en met vandaag vaststelt op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde van Pex Time.
Deze beschikking is gewezen door mr. P.J. Jansen, kantonrechter en op 13 maart 2017 in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter