Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 april 2017 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
mr. drs. B.J.E. Lodder.
Overwegingen
[E] , verkoper, betreffende de aankoop van een pand aan de [F] . In dit koopcontract zijn, voor zover hier van belang, de volgende bepalingen opgenomen:
[# 3] , [F] ,kadastraal bekend
[# 4] ,groot een are negentwintig centiare; hierna te noemen: “het verkochte”;
Opgaven door verkoper
Verklaringen van koper
Artikel 6
“Overwegen dat:
€ 287.016,= betaald, bij wijze van koopsom.
Zijn partijen als volgt overeengekomen:
€ 1.668.000 gekocht.
KOOP
“het koopcontract”.
[# 3] , [F1], kadastraal bekend
[# 5], uitmakend het zevenentachtig/tweehonderdvijfenzestigste (87/265ste) onverdeeld aandeel in de gemeenschap, bestaande uit het voortdurend recht van erfpacht van een perceel grond, eigendom van de gemeente Amsterdam, met de rechten van de erfpachter op de zich daarop bevindende opstallen, zijnde een woonhuis, bestaande uit een benedenwoning en twee afzonderlijke bovenwoningen, plaatselijk bekend te [# 3] , [F] , ten tijde van de splitsing in appartementsrechten kadastraal bekend [# 4] , groot een are negentwintig centiare
“het verkochte”.
€ 300.000,00).
€ 1.279.527
€ 332.000
€ 332.000, met betrekking tot het pand aan de [F] , terecht is.
Beslissing
mr. J. Gooijer, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 7 april 2017.