Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 20 februari 2017 in de zaak tussen
[eiser] , te [woonplaats 1] , eiser
[derde partij 1],
[derde partij 4],
[derde partij 6],
[derde partij 7] te [woonplaats 2] ,
[derde partij 8]
[derde partij 10],
[derde partij 11] en [derde partij 12] ,
[derde partij 19],
Procesverloop
Overwegingen
het voorstelbetreffende genoemde Nota op 16 november 2010 door verweerder is vastgesteld. Vervolgens is de Nota zelf op 17 januari 2011 vastgesteld door de gemeenteraad. Gelet op deze uitleg concludeert de rechtbank dat de Nota (dus) is vastgesteld door de gemeenteraad. Dat betekent dat verweerder ingevolge het bepaalde in artikel 4:81 van Pro de Awb niet gebonden is aan deze beleidsregels.
“Sinds de motie van 2012 is de raad van samenstelling veranderd en binnen de raad zijn de bezwaren tegen deze verleende vergunning aan de orde geweest. In de vergadering van 28 mei 2015 heeft de raad een motie aangenomen, waarin zij het college verzoekt bij de bestuurlijke heroverweging rekening te houden met de constateringen en overwegingen in de motie alvorens het nemen van een definitief besluit op bezwaar, de uitkomst van de volledige heroverweging ter bespreking voor te leggen aan de raad. De wethouder heeft de raad toegezegd het concept-besluit voor te leggen aan de raad. Het college heeft naar aanleiding van het advies van de bezwaarschriftencommissie vanwege de bestuurlijke consistentie getracht de motivering aan te vullen, zodat de vergunning in stand kan blijven. In de raadscommissie van 10 november 2015 is vervolgens de concept-vergunning van 27 oktober 2015 besproken. Naar aanleiding van het gevoelen van deze commissie is de eerder door het college overwogen concept-beslissing nu aangepast in dit definitieve voorstel.”
verzachtingvan bouwvolume en verstening ( [stedenbouwkundige 1] spreekt, anders dan verweerder meent, niet
verminderingvan verstening maar van verzachting) kunnen leiden.