Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De procedure
2.De beoordeling
,--per maand.
,--per maand.
2.Uitsluiting gemeenschap van goederen
De echtgenoten zijn gehuwd buiten elke gemeenschap van goederen.
3.Draagplicht van de kosten van de huishouding
1. De kosten van de gemeenschappelijk gevoerde huishouding moeten door beide partijen worden betaald naar evenredigheid van hun inkomen. Voor zover die inkomens ontoereikend zijn (…) naar evenredigheid van die vermogens.
(…)
2. Wanneer een van partijen meer heeft betaald dan waartoe deze volgens het in het vorige lid bepaalde verplicht was, ontstaat een recht om het te veel betaalde terug te vorderen. (…).
Het recht op verrekening vervalt in ieder geval zes maanden na het einde van het huwelijk.
4.Geen jaarlijkse verrekening
De echtgenoten komen geen periodieke verrekening van gespaard inkomen overeen.
5.Finale verrekening bij einde huwelijk door overlijden.
1. (…)
8. In alle gevallen blijft buiten de verrekening:
6.Finale verrekening bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed
met de daarop rustende hypothecaire schuld en de in artikel 5, lid 8 vermelde goederen.
Gemeld percentage wordt vanaf de dag dat het huwelijk één (1) jaar heeft geduurd verhoogd met twee en vijf/tiende procent (2,5%) punt voor ieder jaar dat het huwelijk langer dan één (1) jaar heeft geduurd, tot dat het huwelijk tien jaar of langer heeft geduurd, zodat een totaal van maximaal vijfentwintig procent (25%) is bereikt. Een gedeelte van een jaar wordt daarbij als een volledig jaar berekend. Aanspraken op lijfrenten, levensverzekeringen, pensioenen en dergelijke zullen niet in deze verrekening worden betrokken.
2. De verrekening vindt plaats naar de toestand en de waarde in het economisch verkeer op de dag waarop de procedure tot echtscheiding of tot scheiding van tafel en bed aanhangig werd gemaakt.
3. Het overeenkomstig het bepaalde in lid 1 van dit artikel bijeengevoegde vermogen van ieder van de echtgenoten zullen de echtgenoten onderling met elkaar verrekenen zodanig, dat daarvan aan ieder van partijen de helft toekomt. De verrekening vindt plaats in die zin, dat voor zover het eigen vermogen van een echtgenoot (hierna te noemen: de tot de uitkering gehouden echtgenoot) meer bedraagt dan waar hij op grond van de voormelde verrekening recht op heeft, de andere echtgenoot voor dit meerdere een vordering in geld verkrijgt op de tot uitkering gehouden echtgenoot.
9.Vergoedingen
12. Verrekening waardemutaties van het registergoed aan de [adres]
met eigen middelen in dit registergoed een investering heeft gedaan van negenendertigduizend euro (€ 39.000,00).”