ECLI:NL:RBNHO:2017:11685
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.M. van Velsen
- A.C. Terwiel-Kuneman
- M.E. Fortuin
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in geschil over vaststelling Legger Wateren 2015
De zaak betreft een beroep van eiser tegen het besluit van het college van hoofdingelanden van Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier tot vaststelling van de Legger Wateren 2015. De Legger Wateren bestaat uit twee onderdelen: de Legger Waterwet, gebaseerd op artikel 5.1 van de Waterwet, en de onderhoudslegger, gebaseerd op artikel 78 van Pro de Waterschapswet.
Eiser richt zijn beroep tegen de ligging van de hoofdwaterloop langs zijn perceel, welke ongewijzigd is gebleven. De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geen beroep openstaat tegen besluiten op grond van artikel 5.1 van de Waterwet, tenzij het gaat om vaststelling of wijziging van de ligging van waterbergingsgebieden of beschermingszones. Nu eiser geen beroep instelt tegen een dergelijke ligging, maar tegen een niet-voor-beroep-vatbaar besluit, verklaart de rechtbank zich onbevoegd.
Eiser heeft geen beroepsgronden aangevoerd tegen de onderhoudslegger. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Noord-Holland op 18 januari 2017.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de vaststelling van de Legger Wateren 2015.