Uitspraak
Rechtbank noord-holland
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Hoofddorp, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- of de crisisheffing in strijd is met de wettelijke bepalingen van de Wet LB;
- of de crisisheffing in strijd is met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EP EVRM);
- of de crisisheffing in strijd is met het verdragsrechtelijke gelijkheidsbeginsel van artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (hierna: IVBPR) en artikel 14 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (hierna: EVRM);
- of de crisisheffing in strijd is met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur (waaronder het gelijkheidsbeginsel en het beginsel dat niet twee keer dezelfde belasting over hetzelfde inkomen(sbestanddeel) kan worden geheven).
pseudo-eindheffing over de jaren 2013 en 2014.
De crisisheffing kan, volgens eiseres, ook niet worden geheven over het loon van een aanmerkelijk belanghouder van een inhoudingsplichtige die op basis van artikel 12a van de Wet LB een loon geniet dat hoger is dan € 150.000.
Verder stelt eiseres zich op het standpunt dat de crisisheffing onverbindend is omdat er geen rekening is gehouden met de gevolgen voor de zogenoemde doorbetaald-loon-situaties in de zin van artikel 32d van de Wet LB.
crisisheffing is niet van toepassing op loon uit vroegere dienstbetrekking. De crisisheffing is niet van toepassing bij werknemers die bij meer inhoudingsplichtigen binnen hetzelfde kalenderjaar een loon genieten en op deze wijze onder de € 150.000-grens per inhoudingsplichtige blijven.