Uitspraak
De ondergetekenden:
8.Koopsom en betaling
10.Voorwaarden curatoren
De akte luidt – voor zover hier van belang – als volgt:
VERKOOP/LEVERING.
[A] B.V.”.
14 september 2005 voorshands bewezen geacht dat [X] is afgegaan op de enkele mededeling van [D] , als hiervoor omschreven, en dat hij ( [X] ) niet beschikte over enige concrete en afdwingbare toezegging van derden dat deze garant stonden voor correcte nakoming door de vennootschap. Alvorens [X] toe te laten tot het leveren van tegenbewijs tegen dit bewijsvermoeden, heeft het hof [X] opgedragen om bij akte feiten of omstandigheden te stellen die kunnen leiden tot het oordeel dat hem niet het
even zovele omstandigheden zijn waaronder zijn vertrouwen op de mededelingen van [D] in samenhang met de mededelingen en indruk die gewekt werd door de overige rechtstreeks betrokkenen zoals hiervoor omschreven, gerechtvaardigd was, zonder dat hij voor nadere garanties in een dergelijk kort tijdsbestek kon zorgdragen.” Volgens [X] brengen deze omstandigheden mee dat hem geen persoonlijk verwijt treft, zelfs indien het hof zou oordelen dat hij verplichtingen is aangegaan terwijl hij wist of moest weten dat [A] BV deze niet zou kunnen voldoen.
27 september 2000, nr. 34.934, ECLI:NL:HR:2000:AA7257, NTFR 2000/1428 en
BNB 2001/8, betreft aansprakelijkstelling van een commissaris van een gefailleerde vennootschap door de curatoren van die vennootschap. De Hoge Raad oordeelde:
mr. J. Gooijer, leden, in aanwezigheid van mr. drs. K.M.E. de Moor, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2017.