Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
- de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting afgelegd;
- het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van aangifte d.d. 1 september 2015 (dossierpagina’s 29-31);
- een medische verklaring van het Waterlandziekenhuis te Purmerend, opgesteld
- het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de bevindingen van verbalisant A.M.A. Riet d.d. 1 september 2015 (dossierpagina 34-35);
- het in wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van bevindingen, inhoudende de bevindingen van verbalisant X.C.M.L. Dalm betreffende de camerabeelden van de Vomar, d.d. 10 september 2016 (dossierpagina’s 65-78).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Vordering benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
chadevergoedingsmaatregel
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
ter beschikking wordt gesteld, en beveelt dat hij
van overheidswege wordt verpleegd.
€ 13.928,22, bestaande uit € 1428,22 voor de materiële en € 12.500,00 voor de immateriële schade, en veroordeelt verdachte tot betaling van dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening.
€ 13.928,22, bestaande uit € 1428,22 voor de materiële en € 12.500,00 voor de immateriële schade, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 1 september 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling of verhaal te vervangen door
één daghechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft.