Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Bewijs
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sancties
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
ÉÉN (1) MAAND, met bevel dat deze straf
nietten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
DRIE (3) JARENbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
HONDERDZESTIG (160) URENtaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door
TACHTIG (80) DAGENhechtenis;
ACHTTIEN (18) MAANDENmet aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;
TWAALF (12) MAANDEN,
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat verdachte voor het einde van de op
DRIE (3) JARENbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.